Uit een grootschalig onderzoek van Clingendael onder meer dan 8.000 Nederlanders blijkt dat een groeiend deel van de bevolking zich zorgen maakt over het verdwijnen van de internationale rechtsorde. De angst voor een ongeregelde wereld, aangewakkerd door het gedrag van grootmachten als de Verenigde Staten, is in korte tijd enorm gestegen. Nederland voelt zich kwetsbaar en onvoldoende voorbereid op wat komen gaat.
Rechtsorde als grootste zorg van dit moment
Het afbrokkelen van de internationale rechtsorde is in de nieuwste peiling van onderzoeksinstituut Clingendael gestegen naar de derde plek van meest gevreesde internationale ontwikkelingen. Dat is een opmerkelijke sprong: eerder stond dit onderwerp nog op de 21e plaats. Alleen cyber- en fysieke sabotage van vitale infrastructuur worden als grotere dreigingen gezien.
Hoofdonderzoeker Christopher Houtkamp geeft aan dat hij zo’n snelle stijging niet had zien aankomen. Eerder, toen het internationaal recht werd geschonden in de oorlogen in Oekraïne en Gaza, bleef een vergelijkbare beweging in de cijfers uit. De recente verschuiving wijst er volgens hem op dat Nederlanders Amerika traditioneel zagen als hoeder van de wereldorde.
Die beschermende rol van de VS lijkt nu niet langer vanzelfsprekend. Dat verandert de manier waarop Nederlanders naar de wereld kijken — en naar hun eigen veiligheid.
Trump en Groenland als symbool van een nieuwe wereldorde

Een concreet voorbeeld dat het gevoel van onveiligheid voedde, zijn de dreigingen van de Amerikaanse president Donald Trump om Groenland in te nemen. Hoewel dit voor velen ver van hun bed leek, raakte het aan een dieper gevoel van onbehagen. Als zelfs een Westers land als de VS territoriale dreigingen uit, wat houdt grootmachten dan nog tegen?
Houtkamp beschrijft het als een gevoel dat grootmachten “alles pakken wat ze kunnen” zonder dat er nog sprake is van rem of toezicht. Dat idee, dat regels er simpelweg niet meer toe doen, maakt mensen bang. De internationale afspraken die decennialang voor stabiliteit zorgden, lijken aan erosie onderhevig.
Hoogleraar internationaal recht Larissa van den Herik, die niet betrokken was bij het onderzoek, bevestigt dit beeld. Zij wijst erop dat de VS altijd de grote financier en bewaker van de internationale rechtsorde was, maar zich nu steeds verder terugtrekt uit die rol.
Peiling since 2022: geopolitiek bepaalt de angstbarometer
Clingendael voert dit onderzoek al sinds 2022 jaarlijks uit. Telkens opnieuw blijkt dat actuele geopolitieke gebeurtenissen sterk bepalend zijn voor welke dreigingen het hoogst scoren. Zo stond begin 2023, kort na de Russische invasie van Oekraïne, de dreiging vanuit Rusland bovenaan.
De peiling meet niet alleen angst, maar ook hoop. Respondenten kregen twee aparte lijsten voorgelegd: één met mogelijk bedreigende ontwikkelingen en één met mogelijk hoopgevende ontwikkelingen. Per ontwikkeling gaven zij een score op impact én waarschijnlijkheid binnen vijf jaar.
Door deze opzet ontstaat een genuanceerd beeld van hoe Nederlanders de wereld om hen heen ervaren — niet alleen als bedreiging, maar ook als kans.
Nederland onvoldoende weerbaar, zo denkt de meerderheid
Voor het eerst stelde Clingendael dit jaar ook vragen over de weerbaarheid van Nederland zelf. De uitkomsten zijn weinig geruststellend: een kleine meerderheid van de respondenten denkt dat ons land binnen vijf jaar nog steeds niet weerbaar genoeg is om een internationale crisis het hoofd te bieden.
Bovendien heeft 63 procent van de deelnemers weinig vertrouwen in herstel van de internationale rechtsorde op de korte termijn. Men verwacht dat de afbrokkeling niet stopt, maar juist doorzet. Dit pessimisme over de nabije toekomst is een opvallende bevinding in het onderzoek.
De combinatie van een gevoel van onveiligheid buiten de eigen grenzen én het besef dat Nederland intern niet sterk genoeg is, vormt een dubbele zorg die de uitkomsten van dit onderzoek kleurt.
Wat Nederlanders als hoopvol zien
Ondanks de zorgen zijn er ook ontwikkelingen die als positief worden ervaren. Respondenten putten hoop uit maatregelen die de gemeenschap beschermen en de afhankelijkheid van andere landen verkleinen. Concreet gaat het om de volgende punten:
- Het versterken van de verdediging tegen cyberaanvallen en fysieke sabotage
- Het stimuleren van moderne industrie op eigen bodem, zodat Nederland minder afhankelijk wordt van buitenlandse leveranciers
- Verhoogde investeringen in de militaire capaciteit van Europese landen
- Intensievere samenwerking binnen de Europese Unie als politiek en economisch machtsblok
- Het aanhalen van banden met partners buiten de EU, zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk en Oekraïne
Deze signalen laten zien dat Nederlanders niet passief afwachten, maar concrete stappen verwachten van beleidsmakers en overheden om de veiligheid te vergroten.
Europese samenwerking als sleutel volgens experts
Hoogleraar Van den Herik is stellig over wat er nu moet gebeuren: de Europese Unie moet worden versterkt als serieus machtsblok op het wereldtoneel. Intern steviger samenwerken is daarvoor een absolute voorwaarde. Maar ook de blik naar buiten is van belang.
“Denk aan Canada, het Verenigd Koninkrijk en Oekraïne”, zegt Van den Herik. “Dat zijn militaire machten van betekenis.” Door hen nauwer te betrekken, kan Europa het vacuüm opvullen dat de VS dreigt achter te laten. Alleen zo kan de internationale rechtsorde overeind blijven.
Haar boodschap is helder: Europa moet niet wachten tot de situatie verder escaleert, maar nu handelen. De ruimte om te bewegen is er, maar de wil moet er ook zijn.
Wat dit onderzoek ons vertelt over Nederland in 2025
De bevindingen van Clingendael schetsen een Nederland dat wakker is geworden voor de kwetsbaarheid van de internationale orde waarop onze welvaart en veiligheid zijn gebouwd. Het vertrouwen in traditionele bondgenoten zoals de VS is geschaad, en de roep om Europese eenheid klinkt luider dan ooit. Of beleidsmakers die boodschap oppikken, zal de komende jaren moeten blijken.
