Nederlandse tieners zijn er in leesvaardigheid opnieuw op achteruitgegaan. Dat blijkt uit het internationale PISA-onderzoek, dat de prestaties van scholieren wereldwijd vergelijkt. Ten opzichte van drie jaar geleden scoren Nederlandse jongeren merkbaar slechter.
Docent Nederlands Chantal Hage herkent de cijfers maar al te goed. Ze zag het bij haar eigen leerlingen gebeuren: minder geduld voor langere teksten, moeite met begrijpend lezen en een afnemende concentratie. Maar ze laat het er niet bij zitten.
Samen met een collega ontwikkelde Hage een aanpak die ze hoop geeft: elke dag 25 minuten lezen. Simpel in theorie, maar in de praktijk blijkt het een wereld van verschil te maken.
Wat speelt er?
- Uit het PISA-onderzoek blijkt dat Nederlandse tieners in 2026 opnieuw slechter lezen dan drie jaar geleden.
- De achteruitgang in leesvaardigheid is al langer een zorgwekkende trend in Nederland.
- Docent Chantal Hage signaleerde de problemen in haar eigen klas en zocht naar een oplossing.
- Samen met een collega bedacht ze een aanpak gebaseerd op dagelijks 25 minuten lezen.
- De methode richt zich op het herstel van leesroutine en concentratievermogen bij jongeren.
Wat zegt het PISA-onderzoek?
Het PISA-onderzoek wordt elke drie jaar uitgevoerd en meet de prestaties van 15-jarigen op het gebied van lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. Nederland scoort al meerdere jaren dalend op leesvaardigheid.
De resultaten laten zien dat de achteruitgang niet stilstaat. Vergeleken met de meting van drie jaar geleden zijn de scores opnieuw gedaald. Experts en onderwijsprofessionals maken zich zorgen over de gevolgen voor de schoolprestaties op de lange termijn.
Leesvaardigheid is niet alleen belangrijk voor het vak Nederlands. Het raakt vrijwel elk schoolvak, van geschiedenis tot scheikunde. Wie slecht leest, loopt overal achter.

Hage zag het in haar eigen klas
Chantal Hage geeft Nederlands op een middelbare school en merkte de achteruitgang al vroeg. Haar leerlingen hadden steeds meer moeite met langere teksten en haakten sneller af.
“Je ziet het gewoon gebeuren in de klas”, legt Hage uit. “Leerlingen raken de draad kwijt bij een tekst van een halve pagina. Dat was vroeger anders.”
De docente zocht naar een praktische oplossing die ze binnen haar school kon uitvoeren, zonder grote middelen of ingewikkelde programma’s. Het antwoord bleek verrassend eenvoudig.
De oplossing: elke dag 25 minuten lezen
Samen met een collega bedacht Hage een methode waarbij leerlingen dagelijks 25 minuten lezen. Niet als huiswerk, maar als vast onderdeel van de schooldag. Leerlingen mogen zelf kiezen wat ze lezen, als het maar een boek is.
De keuzevrijheid is bewust. Wie zelf mag kiezen, leest met meer plezier. En plezier in lezen is precies wat deze generatie lijkt te missen, aldus Hage.
De methode lijkt op het eerste gezicht weinig spectaculair, maar de docente ziet al resultaten. Leerlingen worden rustiger, lezen langere stukken en praten vaker over boeken met elkaar.
Waarom 25 minuten?
25 minuten is lang genoeg om echt in een verhaal te komen, maar kort genoeg om niet te overweldigen. Het sluit aan bij wat onderzoekers weten over concentratie en leesroutine opbouwen bij jongeren.
Regelmaat is daarbij essentieel. Niet één keer per week een uur lezen, maar elke dag een kwartier tot half uur. Zo bouw je een gewoonte op, en dat is precies wat veel tieners nu missen.
Bredere zorgen over leescultuur
De dalende leesvaardigheid staat niet op zichzelf. Onderzoek toont al jaren aan dat jongeren minder boeken lezen en meer tijd besteden aan sociale media en video’s. De aandachtsspanne neemt af en diep lezen wordt moeilijker.
Scholen worstelen met de vraag hoe ze lezen aantrekkelijk kunnen houden in een tijdperk van prikkels en korte content. De aanpak van Hage en haar collega is een van de initiatieven die vanuit de werkvloer zelf komen, zonder te wachten op beleid van bovenaf.
Meerdere scholen in Nederland experimenteren inmiddels met vergelijkbare leesprogramma’s. Of die op grote schaal worden ingevoerd, is nog onzeker.
Wat staat er te gebeuren?
De resultaten van het PISA-onderzoek zullen naar verwachting opnieuw leiden tot een debat in de politiek over het Nederlandse onderwijs. Eerder riepen meerdere partijen al op tot meer aandacht voor basisvaardigheden zoals lezen en rekenen.
Of de aanpak van Hage navolging krijgt op andere scholen, is afwachten. Maar haar boodschap is duidelijk: je hoeft niet te wachten op een grootschalig programma. Soms begint de oplossing gewoon in je eigen klas, met een boek en 25 minuten tijd.
