De politie en het Openbaar Ministerie slaan alarm over een nieuwe generatie cybercriminelen. Het gaat om jongeren tussen de 11 en 25 jaar, afkomstig uit westerse landen. Ze werken samen in losse online netwerken en zijn vooral uit op geld en status.
Dat blijkt uit het Cybercrimebeeld dat de politie en het OM in 2026 hebben gepubliceerd. De verschuiving is opvallend: waar opsporingsdiensten voorheen vooral naar niet-westerse landen keken, komt de dreiging nu ook steeds vaker uit het eigen westerse kamp.
“Nu zien we dat er ook echt westerse criminelen op komst zijn die online samenwerken en serieuze vormen van cybercriminaliteit plegen”, zegt Stan Duijf, verantwoordelijk voor de aanpak van cybercriminaliteit bij de politie.
Wat speelt er?
- Politie en OM signaleren een nieuwe groep jonge, westerse cybercriminelen tussen 11 en 25 jaar.
- Ze zijn niet politiek of ideologisch gemotiveerd, maar gericht op geld en status.
- Ze ontmoeten elkaar online en werken samen in losse netwerken.
- De hack op Odido wordt als concreet voorbeeld genoemd.
- AI maakt cybercriminaliteit toegankelijker en moeilijker te herkennen.
- In 2025 vielen naar schatting 2,5 miljoen slachtoffers van cybercrime.
Van Roblox naar ransomware
Volgens Duijf begint de verleiding al op jonge leeftijd, in populaire games als Roblox, Fortnite en Minecraft. In die omgevingen komen jongeren in contact met anderen die hen stap voor stap richting crimineel gedrag leiden.
“Het gaat net zoals op het schoolplein, ze beginnen met kattenkwaad”, legt Duijf uit. “Maar uiteindelijk kunnen ze uitgroeien tot cybercriminelen.”
De drempel om te starten is laag. Jongeren chatten, experimenteren en leren van elkaar in een informele online omgeving, zonder dat ze zich direct bewust zijn van de grens die ze overschrijden.

De hack op Odido als schoolvoorbeeld
Het Cybercrimebeeld noemt de hack op telecomprovider Odido als een treffend voorbeeld van deze nieuwe criminele generatie. De hack werd uitgevoerd door criminelen achter de naam ShinyHunters.
Zij wisten de persoonsgegevens van zes miljoen klanten te stelen en eisten vervolgens losgeld van het telecombedrijf. Odido weigerde te betalen, waarna de gestolen data online te koop werden aangeboden.
Twee maanden voor de publicatie van het rapport liet de politie al weten dat er vermoedelijk Nederlandse daders bij betrokken waren. Daarmee is het een van de meest concrete voorbeelden van westerse cybercriminaliteit op Nederlandse bodem.
AI vergroot de dreiging
De opkomst van kunstmatige intelligentie maakt de situatie er niet beter op. Duijf stelt dat AI het plegen van cybercriminaliteit steeds eenvoudiger maakt, terwijl het voor burgers juist steeds moeilijker wordt om aanvallen te herkennen.
Denk aan phishingmails die er dankzij AI professioneler en geloofwaardiger uitzien dan ooit. De drempel voor beginnende criminelen daalt, terwijl de effectiviteit van hun aanvallen stijgt.
In 2025 werden naar schatting 2,5 miljoen mensen slachtoffer van cybercrime. Duijf verwacht dat dit aantal verder zal oplopen.
Politie kan het niet alleen
De politie en het OM erkennen dat zij deze ontwikkeling niet zelfstandig kunnen keren. De aanpak vereist een brede samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en gewone burgers.
“Dit is een verantwoordelijkheid voor iedereen”, benadrukt Duijf. “Dat betekent organisaties, overheden, maar ook individuele burgers die hier alert op moeten zijn.”
Wat kun jij doen?
Burgers worden opgeroepen alert te blijven op verdachte berichten, onbekende links en ongewone verzoeken om gegevens. Bewustwording is volgens de politie een van de krachtigste wapens tegen cybercriminaliteit.
Wat staat er de komende tijd te gebeuren?
Met de publicatie van het Cybercrimebeeld wil de politie het maatschappelijk debat over cyberveiligheid aanzwengelen. De vraag is hoe snel overheden en bedrijven hun digitale weerbaarheid kunnen verhogen nu de dreiging steeds dichterbij komt.
Zeker nu blijkt dat de daders niet langer ver weg zitten, maar soms gewoon om de hoek opgroeien, is urgentie geboden.
