Koning Willem II heeft in 1843 serieus nagedacht over de verkoop van het eiland Borneo aan Frankrijk. Dat blijkt uit nieuw historisch onderzoek naar de rol van de Oranjes in de koloniale geschiedenis van Nederland.
Het voorstel lag op tafel voor minimaal 50 miljoen gulden. Met dat geld wilde de toenmalige minister van Koloniën, J.C. Baud, de Nederlandse staatsschuld verlichten. Uiteindelijk ging de verkoop niet door.
De onthulling komt uit het boek ‘Van Willem de Zwijger tot Willem-Alexander’, dat vrijdag is verschenen als onderdeel van een groter onderzoeksproject naar de betrokkenheid van het Koninklijk Huis bij het Nederlandse koloniale verleden.
Wat speelt er?
- Koning Willem II overwoog in 1843 de verkoop van Borneo aan Frankrijk.
- Het minimale verkoopbedrag was vastgesteld op 50 miljoen gulden.
- Het initiatief kwam van minister van Koloniën J.C. Baud.
- Het doel was het verlichten van de Nederlandse staatsschuld.
- De verkoop is uiteindelijk nooit doorgegaan.
- De onthulling maakt deel uit van grootschalig onderzoek naar de Oranjes en kolonialisme.
Voorstel van de minister
Het idee om Borneo te verkopen kwam niet van de koning zelf, maar van J.C. Baud, de minister van Koloniën. Hij zag de verkoop als een pragmatische oplossing voor de financiële problemen van de Nederlandse staat.
Nederland had in die periode te kampen met een forse staatsschuld. Een bedrag van 50 miljoen gulden zou een aanzienlijke verlichting hebben betekend voor de schatkist.
Willem II nam het voorstel in overweging, maar de plannen kwamen nooit verder dan een korte verkenning. Over de exacte redenen waarom het plan werd afgeblazen, geeft het onderzoek geen uitsluitsel.

Onderzoek naar de Oranjes en kolonialisme
Het boek maakt deel uit van een reeks publicaties die vrijdag tegelijk zijn verschenen. Het onderzoek richt zich specifiek op de rol die de Oranjes door de eeuwen heen speelden in het Nederlandse koloniale systeem.
De reeks beslaat een lange periode, van Willem de Zwijger in de zestiende eeuw tot het huidige staatshoofd Willem-Alexander. Onderzoekers brachten de persoonlijke betrokkenheid van de opeenvolgende vorsten in kaart.
Koloniale geschiedenis staat in Nederland de afgelopen jaren steeds meer in de publieke aandacht. Eerder deed de overheid al uitgebreid onderzoek naar het optreden van het Nederlandse leger in voormalig Nederlands-Indië.
Borneo: een strategisch en waardevol gebied
Borneo was in de negentiende eeuw een belangrijk onderdeel van het Nederlandse koloniale rijk. Het eiland, nu verdeeld tussen Indonesië, Maleisië en Brunei, was rijk aan natuurlijke hulpbronnen.
Dat Frankrijk interesse zou hebben gehad in zo’n gebied, is historisch gezien niet verrassend. De grote Europese mogendheden waren in die periode volop bezig met het uitbreiden van hun koloniale invloedssfeer in Azië.
Of er daadwerkelijk contact is geweest met de Franse regering over een mogelijke aankoop, is op basis van het gepubliceerde onderzoek niet duidelijk.
Wat betekent dit voor het beeld van Willem II?
Willem II regeerde Nederland van 1840 tot 1849. Hij staat in de geschiedenis bekend als een relatief verlichte vorst, die in 1848 instemde met een nieuwe grondwet die de macht van het parlement aanzienlijk vergrootte.
De onthulling dat hij bereid was te overwegen een groot deel van het koloniale rijk te verkopen, voegt een nieuwe dimensie toe aan zijn historische portret. Het laat zien hoe financiële belangen en koloniaal bezit nauw met elkaar verweven waren.
Historici benadrukken dat dergelijke overwegingen passen binnen de politieke cultuur van de negentiende eeuw, waarin koloniën primair werden gezien als economische activa.
Verder onderzoek verwacht
De publicatie van de boeken is naar verwachting niet het eindpunt van het debat over de rol van de Oranjes in de koloniale geschiedenis. Onderzoekers en politici zullen de komende tijd reageren op de bevindingen.
De vraag is ook of het Koninklijk Huis zelf zal reageren op de nieuwe inzichten. Tot nu toe heeft het huis geen officiële reactie gegeven op de publicaties van vrijdag.
