Een 57-jarige visser uit Urk is veroordeeld tot acht jaar en zes maanden gevangenisstraf voor zijn betrokkenheid bij de liquidatie van een man in Diemen in 2016 en de smokkel van 261 kilo cocaïne via een visserskotter. De straf is opmerkelijk hoger dan de drie jaar die het Openbaar Ministerie had geëist, en heeft alles te maken met eerdere veroordelingen in dezelfde zaak én de ernst van de feiten.
Een straf die ver boven de eis uitkomt
De rechtbank veroordeelde Andries K. tot een celstraf die ruim twee keer zo hoog is als de straf die het Openbaar Ministerie (OM) had gevorderd. Het OM eiste ‘slechts’ drie jaar gevangenisstraf, maar de rechter oordeelde dat dit volstrekt onvoldoende was gezien de ernst van de feiten en de samenhang met eerder opgelegde straffen in soortgelijke zaken.
Omroep Flevoland meldde dat de rechtbank de hogere straf mede rechtvaardigde vanuit het principe van rechtsgelijkheid. Andere veroordeelden in de drugszaak rond kotter Z-181 kregen al jarenlange celstraffen, terwijl bij hen uitsluitend sprake was van drugssmokkel — zonder enige betrokkenheid bij een liquidatie.
De rechter stelde dat een gevangenisstraf van drie jaar in dit geval “rechtsongelijkheid voor andere veroordeelden zou hebben betekend”. Daarmee maakte de rechtbank duidelijk dat de zwaardere feiten waarvoor K. terechtstond, ook een navenant zwaardere straf rechtvaardigen.
De liquidatie van Vincent Jalink
Het eerste ernstige feit waaraan K. schuldig werd bevonden, hangt samen met de dood van Vincent Jalink. Deze criminele ondernemer uit Diemen werd op 27 mei 2016 neergeschoten in zijn auto, terwijl zijn 9-jarige zoon op de achterbank zat. Jalink overleed kort na de aanslag aan zijn verwondingen.
Voor de moord zelf was al eerder iemand anders veroordeeld. De rechtbank oordeelde echter dat Andries K. een cruciale rol speelde in de aanloop naar de liquidatie: hij wordt schuldig geacht aan poging tot uitlokken van de ontvoering en afpersing van Jalink, voortkomend uit een financieel geschil.
K. ontkende dat hij had aangestuurd op een ontvoering. Toch leidde het OM uit ontsleutelde berichtenverkeer af dat hij via twee criminele tussenpersonen druk uitoefende op Jalink om geld terug te krijgen. De rechtbank achtte dit bewezen op basis van diezelfde berichten.

Twee miljoen euro verdwenen in Marokko
Aan de basis van het conflict lag een forse geldschuld. Andries K. verklaarde tijdens de rechtszaak dat hij meer dan twee miljoen euro in contanten had overhandigd aan Vincent Jalink, met het verzoek dit geld te investeren in appartementen in Marokko. Jalink deed dit echter niet, en het geld verdween.
Om zijn miljoenen terug te halen, schakelde K. twee criminele contacten in: Ferry B. uit Anna Paulowna en Muhammed S. uit Amsterdam. Voor hun diensten betaalde hij maar liefst 250.000 euro — ook dit volledig in cash.
Wat als een poging tot terugvordering begon, escaleerde uiteindelijk tot een liquidatie. De twee medeverdachten, B. en S., werden eveneens veroordeeld: zij kregen celstraffen van respectievelijk 13,5 jaar en 8 jaar voor hun directe aandeel in de moord op Jalink.
Drugs opvissen uit de Atlantische Oceaan
Naast de liquidatiezaak speelt ook een omvangrijke drugsoperatie een rol in de veroordeling van K. De rechtbank achtte bewezen dat hij in 2015 — en waarschijnlijk al geruime tijd daarvoor — deel uitmaakte van een crimineel netwerk dat cocaïne Europa binnensmokkelde via de Noordzee.
De werkwijze was geraffineerd: grote schepen vervoerden de drugs over de Atlantische Oceaan richting Europa, waarna de lading vlak voor de kust in zee werd gegooid. Visserskotters pikten de pakketten vervolgens op en brachten de drugs aan land, volledig buiten het zicht van de autoriteiten.
Op 10 juni 2017 liep het mis voor de bemanning van kotter Z-181, die op heterdaad werd betrapt met 261 kilo cocaïne aan boord. De rechtbank stelde vast dat K. de bemanning na deze aanhouding actief hielp. Over zijn eigen rol in de drugssmokkel weigerde K. echter iedere verklaring af te leggen.
Wat er bewezen werd verklaard
De rechtbank verklaarde meerdere strafbare feiten bewezen in deze zaak. Een overzicht van wat K. juridisch wordt aangerekend:
- Poging tot uitlokken van ontvoering van Vincent Jalink
- Betrokkenheid bij afpersing van Jalink via criminele tussenpersonen
- Deelname aan een criminele organisatie gericht op drugssmokkel
- Medeplichtigheid aan invoer van 261 kilo cocaïne via kotter Z-181
- Hulpverlening aan de bemanning van de Z-181 na aanhouding op heterdaad
Elk van deze feiten droeg bij aan de totale strafmaat van acht jaar en zes maanden. De combinatie van de liquidatiezaak én de drugssmokkel maakte een lichte straf volgens de rechter onverdedigbaar.
Advocaat kondigt hoger beroep aan
De verdediging liet direct na de uitspraak weten niet te berusten in het vonnis. Advocaat Willem Jan Ausma noemde de uitkomst “een forse tegenvaller” en kondigde aan in hoger beroep te gaan. Hij had, samen met het OM, gehoopt op meer clementie vanwege de proceshouding van zijn cliënt.
“De rechtbank vindt kennelijk rechtseenheid belangrijker,” aldus Ausma. “Er is in hoger beroep dan ook niets te verliezen.” Daarmee gaf hij aan dat de kansen in beroep in elk geval niet slechter kunnen worden dan de huidige uitspraak.
Urk opnieuw in het nieuws door georganiseerde misdaad
De veroordeling van Andries K. werpt opnieuw een schaduw over Urk, een gemeenschap die de afgelopen jaren vaker in verband is gebracht met georganiseerde criminaliteit in de visserswereld. De zaak toont aan hoe diep criminele netwerken kunnen doordringen in ogenschijnlijk traditionele beroepsgroepen. Het hoger beroep zal uitwijzen of de opgelegde straf van 8,5 jaar standhoudt.
