De Nederlandse veestapel stoot steeds minder stikstof uit. Koeien, varkens en kippen scheidden in 2026 samen twee procent minder stikstof uit dan het jaar daarvoor, zo blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Met een totaal van 440 miljoen kilo stikstof landen de dieren precies op het onlangs aangescherpte nationale plafond — een historisch smal randje.
Twee procent minder uitscheiding dan vorig jaar
Waar de totale stikstofuitscheiding door landbouwdieren een jaar eerder nog uitkwam op 449 miljoen kilo, is dat cijfer nu gedaald naar 440 miljoen kilo. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstof dat vrijkomt uit de urine en ontlasting van dieren in de agrarische sector.
De daling is volgens het CBS met name toe te schrijven aan twee factoren: een structureel kleinere veestapel sinds 2017 en een lager stikstofgehalte in het diervoer dat boeren hun dieren voorzetten. Beide ontwikkelingen versterken elkaar en zorgen samen voor een merkbaar resultaat.
Hoewel de daling bemoedigend klinkt, is de marge uiterst klein. Het nieuwe plafond is precies 440 miljoen kilo, wat betekent dat Nederland dit jaar op de millimeter goed zit — maar geen enkele ruimte heeft voor een stijging in de komende jaren.
Kabinetsplannen zetten de koers voor 2035
Tegelijk met deze CBS-cijfers presenteerde het kabinet ambitieuze plannen om de stikstofuitstoot in de komende jaren drastisch te verlagen ten opzichte van het niveau van 2019. In de landbouw moet de uitstoot tegen 2035 met 42 tot 46 procent zijn gedaald. Voor de mobiliteits- en industriesector geldt een nog strengere doelstelling van 50 procent.
Als tussenmijlpaal is 2030 aangewezen: tegen die tijd moet de totale uitstoot al met 23 tot 25 procent zijn teruggebracht. Het kabinet wil dit bereiken via een combinatie van strengere normen, gerichte uitkoop en aanpassingen in de bedrijfsvoering van boeren.
Een van de meest besproken maatregelen is de veedichtheidsnorm: boeren mogen in 2035 niet meer dan 2,6 koeien per hectare houden. Dit raakt direct aan de kern van veel traditionele melkvee- en rundveebedrijven, met name in het oosten en zuiden van het land.

Boerensector reageert kritisch op nieuwe normen
De vee- en landbouwsector heeft niet stilgezeten na de aankondiging van de kabinetsplannen. Boerenorganisaties uiten openlijk kritiek en vrezen dat de nieuwe normen zullen leiden tot een verdere, gedwongen inkrimping van de veestapel.
Vooral voor veeteelthouders in gebieden nabij kwetsbare natuurgebieden zijn de gevolgen groot. Zij zitten in zogeheten piekbelastersgebieden en worden als eerste geconfronteerd met de strengste eisen en mogelijke uitkoopregelingen.
De sector erkent dat er stappen moeten worden gezet, maar vindt het tempo en de diepgang van de maatregelen te ingrijpend. Men pleit voor meer geleidelijkheid en betere financiële compensatie bij bedrijfsbeëindiging of omschakeling.
Rundvee verantwoordelijk voor twee derde van de stikstof
Wie de veroorzakers van de stikstofuitscheiding in kaart brengt, ziet een duidelijk patroon. Rundvee — waaronder koeien — vormt verreweg de grootste bron. In 2026 scheidden koeien en andere runderen in totaal 292,3 miljoen kilo stikstof uit, goed voor twee derde van het nationale totaal.
De overige diergroepen dragen significant minder bij, maar zijn zeker niet verwaarloosbaar:
- Rundvee: 292,3 miljoen kilo stikstof (was 298,4 miljoen kilo het jaar ervoor)
- Varkens: 77,7 miljoen kilo stikstof (was 80,1 miljoen kilo)
- Pluimvee (kippen e.d.): 48,1 miljoen kilo stikstof (was 48,7 miljoen kilo)
Bij alle drie de categorieën is sprake van een daling, al is de vermindering bij varkens procentueel het sterkst. De combinatie van minder dieren en aangepast voer werkt dus breed door in de hele agrarische sector.
Fosfaat daalt sterker, maar blijft boven het plafond
Naast stikstof volgt het CBS ook de fosfaatuitscheiding van de Nederlandse veestapel. Hier is de daling zelfs nog groter: de totale fosfaatuitscheiding daalde met 4 procent naar 142 miljoen kilo. Dat klinkt als goed nieuws, maar het nieuwe plafond ligt op 135 miljoen kilo — waardoor er nog altijd een overschot is van 7 miljoen kilo.
Fosfaat speelt een essentiële rol in de gezondheid van dieren: het mineraal zorgt voor stevige botten en een goede groei. Maar wanneer fosfaat via mest in de bodem en het grondwater terechtkomt, kan het leiden tot ernstige milieuproblemen, zoals algengroei in sloten en rivieren en structurele bodemvervuiling.
Net als bij stikstof zijn ook bij fosfaat de kleinere veestapel en het aangepaste diervoer de twee voornaamste redenen voor de daling. Rundvee is ook hier de grootste bron: koeien zijn verantwoordelijk voor bijna 53 procent van alle fosfaatuitscheiding in de Nederlandse landbouw.
De weg naar 2035 is lang maar begonnen
De cijfers tonen aan dat de Nederlandse landbouwsector op de goede weg is als het gaat om stikstof. Tegelijk maakt de minimale marge bij het stikstofplafond en de nog steeds te hoge fosfaatuitstoot duidelijk dat er nog een lange weg te gaan is. De komende jaren zullen de kabinetsplannen en de reacties vanuit de sector bepalend zijn voor het tempo en de vorm van de noodzakelijke veranderingen.
