In tienduizenden Nederlandse woningen zit een isolatiemateriaal dat ernstige gezondheidsklachten kan veroorzaken. Onderzoek van Zembla heeft aangetoond dat het zogenoemde UF-schuim — voluit ureumformaldehydeschuim — bij bewoners klachten veroorzaakt als hoofdpijn, irritatie aan de luchtwegen en andere gezondheidsklachten. De GGD pleit inmiddels voor een volledig verbod op dit materiaal.
Wat is UF-schuim precies?
UF-schuim staat voor ureumformaldehydeschuim, een type isolatiemateriaal dat voornamelijk in de spouwmuren van woningen wordt gespoten. Het werd jarenlang gebruikt als goedkope en effectieve manier om woningen te isoleren en energie te besparen. Het schuim werd populair in de jaren zeventig en tachtig, toen energiebesparing hoog op de politieke agenda stond.
Het probleem met dit schuim is de chemische samenstelling. UF-schuim kan formaldehyde afgeven, een stof die bij verhoogde concentraties schadelijk is voor de gezondheid. Formaldehyde is door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geclassificeerd als een kankerverwekkende stof bij langdurige blootstelling.
Hoewel het gebruik van dit schuim in Nederland al langere tijd aan banden is gelegd, blijkt uit het Zembla-onderzoek dat het nog altijd massaal aanwezig is in bestaande woningbestanden — en dat bewoners zich vaak niet bewust zijn van de risico’s die zij dagelijks lopen.
Wat zijn de gezondheidsklachten?
Bewoners die in huizen wonen met UF-schuim in de spouwmuren melden uiteenlopende klachten. Deze variëren van mild ongemak tot serieuze, aanhoudende gezondheidsproblemen. Vooral mensen die veel tijd binnenshuis doorbrengen — zoals ouderen, kinderen en mensen die thuiswerken — lopen verhoogde risico’s.
Veelgenoemde klachten bij blootstelling aan formaldehyde zijn onder andere:
- Aanhoudende hoofdpijn en vermoeidheid
- Irritatie van de ogen, neus en keel
- Ademhalingsklachten en kortademigheid
- Huidirritaties en allergische reacties
- Slaapproblemen en concentratiestoornissen
- Bij langdurige blootstelling: verhoogd risico op kanker
Bewoners die hun klachten meldden bij huisartsen of instanties kregen lang geen gehoor, omdat de link tussen hun woning en hun gezondheidsklachten niet snel werd gelegd. Het Zembla-onderzoek heeft die verbinding nu nadrukkelijk blootgelegd en brengt het probleem onder de aandacht van een breed publiek.

Onderzoek van Zembla legt misstanden bloot
Het televisieprogramma Zembla deed uitgebreid onderzoek naar de problematiek rondom UF-schuim in Nederlandse woningen. Daarbij werden meerdere bewoners geïnterviewd die hun gezondheidsklachten direct koppelen aan het isolatiemateriaal in hun woning. Ook experts en wetenschappers kwamen aan het woord om de risico’s nader toe te lichten.
Uit het onderzoek bleek dat het probleem veel groter is dan tot nu toe aangenomen. Naar schatting zijn tienduizenden woningen in Nederland voorzien van dit schuim, en in veel gevallen zijn de huidige bewoners zich hier simpelweg niet van bewust. Zeker bij oudere koopwoningen en sociale huurwoningen is de kans op aanwezigheid van UF-schuim aanzienlijk.
Zembla concludeert dat de overheid en woningcorporaties tot nu toe te weinig actie hebben ondernomen om bewoners te informeren en te beschermen. Terwijl in andere landen al jaren geleden werd ingegrepen, lijkt Nederland achter te lopen met concrete maatregelen.
GGD pleit voor een nationaal verbod
De GGD — de gemeentelijke gezondheidsdienst — heeft naar aanleiding van de bevindingen opgeroepen tot een algeheel verbod op het gebruik van UF-schuim. Hoewel het materiaal in nieuwe situaties nauwelijks nog wordt toegepast, is er tot op heden geen wettelijk kader dat de aanwezigheid ervan in bestaande woningen aanpakt.
Volgens de GGD is een verbod alleen niet voldoende. Er moet ook een actief saneringsbeleid komen, waarbij woningen worden geïnspecteerd en het schuim waar nodig wordt verwijderd of afgezonderd. Dit is echter een kostbaar en technisch complex proces, wat de implementatie bemoeilijkt.
De GGD benadrukt dat de volksgezondheid voorop moet staan en dat het onaanvaardbaar is dat mensen in 2026 nog steeds worden blootgesteld aan schadelijke stoffen in hun eigen huis, simpelweg omdat de politiek en de bouwsector onvoldoende actie hebben ondernomen.
Wie is verantwoordelijk?
De verantwoordelijkheidsvraag is complex. Het schuim werd destijds geplaatst door isolatiebedrijven, vaak in opdracht van gemeenten of woningcorporaties die energiebesparing nastreefden. In sommige gevallen werd het schuim zelfs gesubsidieerd door de overheid als onderdeel van duurzaamheidsprogramma’s.
Bewoners die nu klachten ondervinden, staan daardoor voor een lastig juridisch vraagstuk. Wie is aansprakelijk: de installateur, de woningcorporatie of de overheid die het gebruik destijds stimuleerde? Verschillende gedupeerden hebben inmiddels juridische stappen overwogen of al gezet.
Experts roepen de overheid op om niet te wachten op rechtszaken, maar proactief verantwoordelijkheid te nemen. Een nationaal fonds voor gedupeerde bewoners, vergelijkbaar met regelingen bij andere bouwschandalen, wordt door meerdere partijen als oplossing aangedragen.
Wat kunnen bewoners zelf doen?
Voor bewoners die vermoeden dat hun woning UF-schuim bevat, zijn er een aantal stappen die zij kunnen ondernemen. Ten eerste is het raadzaam om bij de gemeente of woningcorporatie navraag te doen naar de isolatiehistorie van de woning. In veel gevallen zijn hier administratieve gegevens over beschikbaar.
Daarnaast is het mogelijk om de luchtkwaliteit binnenshuis te laten meten. Gespecialiseerde bedrijven kunnen de formaldehydeconcentratie in de lucht meten en beoordelen of deze boven de veilige grenswaarden ligt. Bij verhoogde concentraties zijn maatregelen als extra ventilatie of professionele sanering aan te raden.
Bewoners met gezondheidsklachten wordt aangeraden contact op te nemen met hun huisarts én met de GGD in hun regio. De GGD kan adviseren over de te nemen stappen en helpt bij het in kaart brengen van mogelijke risico’s in de woning.
De weg naar een veilig thuis
Het UF-schuim-dossier laat zien hoe goedbedoelde energiemaatregelen uit het verleden vandaag de dag grote gevolgen kunnen hebben voor de volksgezondheid. In 2026 is het hoog tijd dat de overheid dit probleem serieus neemt en gedupeerde bewoners niet aan hun lot overlaat. Een landelijk actieplan, eerlijke compensatie en heldere communicatie zijn daarbij onmisbaar.
