Drie jaar na de historische excuses voor het Nederlandse slavernijverleden zijn concrete beleidsmaatregelen nog altijd uitgebleven. In 2026 klopten zo’n veertig vertegenwoordigers van de zwarte gemeenschap aan bij premier Jetten, met een duidelijke boodschap: er moet nú beleid komen op het gebied van heling en herstel. Het gesprek, gehouden in Amsterdam, wordt gezien als een positieve eerste stap — maar de urgentie is groot.
Ontmoeting in Amsterdam als symbolisch signaal
Premier Jetten bezocht cultureel centrum en archief The Black Archives, gevestigd in het Surinamemuseum in Amsterdam. Het gesprek vond plaats op initiatief van de organisatie Zwart Manifest, die vorige week samen met andere maatschappelijke organisaties een brandbrief naar het kabinet stuurde.
Mitchell Esajas van Black Archives omschrijft het gesprek tegenover de NOS als “constructief”. De locatiekeuze was voor hem een extra positief teken: eerdere gesprekken vonden altijd plaats op het Catshuis in Den Haag, nu trok de premier zelf naar de gemeenschap toe.
“Jetten heeft de concrete toezegging gedaan dat hij zich wil inzetten om te komen tot beleid over heling en herstel. Dat is voor ons een positief signaal”, aldus Esajas. “Er is afgesproken dat dit gesprek voortgezet wordt en hopelijk leidt het op korte termijn tot beleid en acties.”
Drie jaar na de excuses: wat is er wél en niet gebeurd?
Toenmalig premier Rutte beloofde destijds dat zijn excuses voor het slavernijverleden “geen punt, maar een komma” zouden zijn — een aankondiging dat er meer zou volgen. In de praktijk blijkt die belofte maar gedeeltelijk te zijn ingelost.
Esajas stelt dat er na de excuses een concreet vervolg had moeten komen in de vorm van beleid en acties om de doorwerking van de slavernij aan te pakken. “We zien dat er drie jaar later geen urgentie meer lijkt te zijn”, zegt hij. Die urgentie verdween volgens hem met name onder het vorige kabinet.
“Er is veel onduidelijkheid over wat er daadwerkelijk wel en niet is gebeurd. Er zou 200 miljoen euro worden uitgetrokken voor beleidsintensivering en een bewustwordingsfonds. Dat fonds bestaat, maar er zijn vragen over hoe het functioneert.” Die onduidelijkheid voelt voor de gemeenschap als een gemiste kans.

Waar de zwarte gemeenschap concreet om vraagt
De betrokken organisaties pleiten voor een “nationale route naar herstel” — een structurele en effectieve aanpak waarbij overheid en samenleving gezamenlijk optrekken. Ze willen geen losse maatregelen, maar een integraal beleidsprogramma.
De thema’s die daarin aan bod moeten komen, zijn breed en veelomvattend:
- De doorwerking van het slavernijverleden in het hedendaagse leven
- Een gerichte aanpak van racisme en discriminatie
- Gelijkwaardigheid binnen het Koninkrijk der Nederlanden
- De relatie met Suriname en gezamenlijke verantwoordelijkheid
- De positie en rechten van inheemse gemeenschappen en marrongemeenschappen
Premier Jetten schreef op X dat er de komende jaren een stevige aanpak van racisme en discriminatie nodig is. Daarmee sluit hij aan bij de oproep van de organisaties, al blijft het vooralsnog bij een belofte.
De rol van het kabinet onder leiding van Jetten
Binnen het huidige kabinet ligt de verantwoordelijkheid voor dit dossier bij premier Jetten. De zwarte gemeenschap benadrukt dat het niet langer voldoende is om gesprekken te voeren — er moet een heldere koers worden uitgestippeld, bij voorkeur in samenwerking met de betrokken gemeenschappen zelf.
Esajas en andere vertegenwoordigers zijn blij met de bereidwilligheid die Jetten toont, maar benadrukken dat goede intenties niet genoeg zijn. “Het belangrijkste is dat er advies en beleid volgen”, is de kernboodschap die de organisaties meegeven aan het kabinet.
De oproep aan het kabinet is helder: stel een duidelijk tijdpad op, maak de besteding van het bewustwordingsfonds transparant en geef de zwarte gemeenschap een structurele stem in de beleidsvorming rondom herstel en heling.
Keti Koti als cruciaal podium voor concrete toezeggingen
Woensdag houdt premier Jetten een toespraak op de nationale herdenking van het slavernijverleden: Keti Koti. De organisaties zien dit als een uitgelezen moment om de woorden van Amsterdam kracht bij te zetten.
“We hopen dat er dan, in het bijzijn van een bredere vertegenwoordiging van de samenleving en live op televisie, meer concrete toezeggingen worden gedaan”, zegt Esajas. De nationale herdenking biedt een podium dat de ernst van het moment onderstreept.
Voor de zwarte gemeenschap is 1 juli — de datum van Keti Koti — dan ook een symbolische deadline. Niet alleen voor woorden, maar voor het begin van échte actie.
De weg vooruit: van dialoog naar duurzaam beleid
Het gesprek in Amsterdam was een begin, maar de zwarte gemeenschap maakt duidelijk dat er nu snel stappen moeten volgen. In 2026 is de urgentie groter dan ooit: de samenleving verandert, en het vraagstuk van erkenning en herstel verdient een structurele plek in het Nederlandse beleid. De bal ligt nu bij het kabinet.
