Niet alle leden van het Outbreak Management Team (OMT) hebben tijdens de coronapandemie dezelfde steun gekregen bij het omgaan met bedreigingen. Dat werd pijnlijk duidelijk tijdens de verhoren van de coronacommissie in 2026, toen ex-kinderarts Károly Illy geëmotioneerd vertelde over zijn gevoel van eenzaamheid — terwijl andere OMT-leden juist aangaven zich uitstekend beschermd te hebben gevoeld. De tegenstrijdige ervaringen roepen vragen op over de gelijkwaardigheid van de overheidssteun aan wetenschappers die tijdens een nationale crisis op de voorgrond treden.
Een kinderarts die zich alleen voelde staan
Károly Illy, voormalig kinderarts en OMT-lid, deed zijn verhaal voor de coronacommissie en was zichtbaar aangedaan. Hij vertelde over de zware impact die de bedreigingen hadden op hemzelf en zijn gezin. Volgens Illy had de overheid hem beter kunnen begeleiden. “De overheid had wat meevoelender mogen zijn”, zei hij. “Ik heb me best eenzaam gevoeld.”
In 2026 blikt Illy terug op een periode die hem diep heeft geraakt. De bedreigingen stapelden zich op tijdens de pandemie, en op een gegeven moment besloot hij aangifte te doen. “Na de zoveelste doodsbedreiging had ik besloten: nu is het genoeg.” Maar wat volgde, was een teleurstellende confrontatie met de bureaucratie.
De politie accepteerde zijn aangifte aanvankelijk niet. Een dreigement als “tegen de muur met die man” werd door agenten afgedaan als iets dat van alles kon betekenen. Pas dankzij tussenkomst van OMT-voorzitter Jaap van Dissel en een strafrechtadvocaat lukte het Illy uiteindelijk om aangifte te doen. “De politie was schoorvoetend bereid om mijn aangifte te accepteren”, aldus Illy. “Dat zou niet zo moeten zijn.”
Aangifte doen: een strijd op zich
Viroloog Marion Koopmans herkent de frustratie van Illy maar al te goed. Zij werd via sociale media overspoeld met beledigingen en bedreigingen. Hoewel haar concrete ervaring met de overheid anders was dan die van Illy, begrijpt ze zijn gevoel van machteloosheid bij het doen van aangifte.
Koopmans spreekt van een “omgekeerde wereld”: de bedreigde wordt beveiligd en moet moeite doen om gehoord te worden, terwijl de dader vaak vrijuit gaat. “Het feit dat je bedreigd bent volstaat niet, je moet er echt serieuze impact van ervaren”, legt ze uit. “Daarnaast krijg je al snel het idee dat je er niet veel mee opschiet om aangifte te doen.”
Illy pleit dan ook voor een structurele oplossing. Hij stelt dat de overheid voor OMT-leden een permanent bereikbaar noodnummer beschikbaar had moeten stellen. Iemand die te allen tijde gebeld kan worden bij problemen rondom bedreigingen — zonder dat daar een advocaat of een OMT-voorzitter aan te pas hoeft te komen.

Gommers: ‘Ik voelde me ongelofelijk veilig’
IC-arts en OMT-lid Diederik Gommers beleefde de situatie compleet anders. Hij groeide tijdens de coronacrisis uit tot een bekend gezicht in de media, en de autoriteiten namen dat serieus. Gommers had naar eigen zeggen een kort lijntje met politie en justitie.
“Op het moment dat de bedreigingen toenamen, namen ze contact met mij op”, vertelt Gommers. Hij beschikte zelfs over een noodknop en een speciale app op zijn telefoon voor het geval hij werd lastiggevallen. “Ik heb me ongelofelijk veilig gevoeld”, zegt hij stellig.
Gommers schat dat hij tussen de vijf en tien keer aangifte heeft gedaan wegens bedreiging. Dat heeft in ieder geval één concrete uitkomst gehad: een taakstraf voor een vijftigjarige man uit Aalsmeer. Een bewijs dat aangifte doen wél degelijk tot resultaat kan leiden — maar dan moet het systeem ook meewerken.
Andere OMT-leden herkennen zich niet in het verhaal van Illy
Ook microbioloog Jan Kluytmans en arts-microbioloog Marc Bonten geven aan een positievere ervaring te hebben gehad dan Illy. Kluytmans zegt onder de indruk te zijn van het verhaal van zijn collega, maar het zelf niet zo te hebben meegemaakt. “Van nationale instanties tot lokale politie, er werd naar me geluisterd en er werd ook echt iets met mijn meldingen gedaan.”
Bonten vult aan dat OMT-leden bij het RIVM terechtkonden als er sprake was van bedreigingen. “Daar stonden mensen klaar om ons te helpen.” Ook hoogleraar infectiepreventie Andreas Voss is uitgesproken positief. “Alles was goed geregeld”, zegt hij kortweg.
Waar Illy aangaf geen aanspreekpunt te hebben gehad, noemt Kluytmans juist expliciet dat hij dat wél had. “Er waren speciale mensen die ik kon contacteren en ik voelde me nooit alleen.” Het contrast met Illy’s beleving is opvallend en roept de vraag op waarom de steun zo ongelijk verdeeld leek te zijn.
Wat verklaart de ongelijkheid in ondersteuning?
De grote vraag die overblijft na de verhoren van de coronacommissie is: hoe kan het dat OMT-leden zo’n verschillende behandeling hebben ervaren? Waren er duidelijke criteria voor wie wel of geen extra beveiliging kreeg? Of hing het af van toeval, zichtbaarheid in de media, of de regio waar iemand woonde?
Illy geeft toe dat OMT-leden hier slechts beperkt ervaringen met elkaar hebben uitgewisseld tijdens de pandemie. Daardoor wist hij niet dat anderen zo’n andere ervaring hadden. “Ik heb het tegenover de coronacommissie gezegd zoals het voor mij was”, benadrukt hij.
De mogelijke oorzaken van de ongelijkheid zijn divers. Enkele factoren die mogelijk een rol hebben gespeeld:
- De mate van mediazichtbaarheid van het betreffende OMT-lid
- De regio en het lokale politiekorps dat verantwoordelijk was
- Of iemand al dan niet actief hulp zocht of zelf initiatief nam
- De ernst en aard van de ontvangen bedreigingen
- Persoonlijke netwerken en contacten binnen de overheid
Overheid en OM reageren terughoudend
Het Openbaar Ministerie laat weten dat het niet op stel en sprong kan achterhalen of er een aangifte van Illy is binnengekomen en wat daarmee is gebeurd. Een uitgebreide reactie bleef daarmee vooralsnog uit. Het ministerie van Justitie is eveneens om een reactie gevraagd, maar heeft zich nog niet uitgesproken.
Het is veelzeggend dat de overheid, die tijdens de pandemie zo nadrukkelijk een beroep deed op wetenschappers zoals de OMT-leden, nu niet direct duidelijkheid kan verschaffen over hoe zij die mensen heeft beschermd. Voor Illy voelt dat als een bevestiging van wat hij al die jaren heeft ervaren.
Tijd voor een eerlijk debat over bescherming van wetenschappers
De verhoren voor de coronacommissie in 2026 maken duidelijk dat er lessen te trekken zijn over de bescherming van mensen die in tijden van crisis het publieke debat voeden met wetenschappelijke expertise. De ongelijke ervaringen van OMT-leden zijn een signaal dat structurele afspraken ontbraken. Als Nederland ooit opnieuw een beroep doet op wetenschappers in een crisissituatie, verdienen zij allemaal — zonder uitzondering — dezelfde zorg en bescherming.
