De aanslag op de Pride in Berlijn heeft een gevoelige discussie nieuw leven ingeblazen: krijgt geweld tegen lhbti’ers vanuit religieuze hoek wel genoeg aandacht? De vermoedelijke dader, Abdul B., reed met een bestelbus op hoge snelheid in op een menigte. Hij was geradicaliseerd en wilde zich aansluiten bij IS. Zondag werd hij doodgeschoten door de politie.
Verschillende lhbti-activisten en betrokkenen zeggen dat er te weinig oog is voor de rol van islamistisch gedachtegoed bij geweld en intimidatie tegen de queer gemeenschap. Zodra de dreiging uit die hoek komt, valt het publieke debat stil, stellen zij.
Zowel in Duitsland als in Nederland klinken nu stemmen die pleiten voor meer openheid over dit onderwerp, zonder daarbij te vervallen in stigmatisering van moslims als geheel.
- Aanleiding: Een geradicaliseerde man reed in 2026 in op de Pride in Berlijn. Hij werd door de politie doodgeschoten.
- Discussie: Lhbti-activisten stellen dat homofobie vanuit islamistische hoek te weinig wordt benoemd.
- Nederlands verband: Ook in Amsterdam zijn er regelmatig incidenten bij lhbti-gelegenheden, zoals gaybar De Prik.
- Onderwijs: Op door de overheid gefinancierde islamitische scholen worden soms antihomoseksuele boodschappen uitgedragen.
- Oproep: Activisten willen dat de overheid harder optreedt en religieuze scholen financieel verantwoordelijk houdt.
Queer activist en moslim: ‘Iedereen is bang om racistisch te worden genoemd’
Tugay Saraç is moslim, queer activist en coördinator van een van de weinige liberale moskeeën ter wereld, gevestigd in Berlijn. Mannen en vrouwen bidden er samen, en buiten wappert een regenboogvlag. Saraç vindt het zijn plicht om homofobie binnen moslimgemeenschappen bespreekbaar te maken.
Hij heeft zelf prides bezocht waar hij werd lastiggevallen door neonazi’s. Dat protest vindt hij terecht. Maar hij ziet een dubbele standaard zodra het geweld uit een andere hoek komt. “Ik vind het goed dat we ons daartegen uitspreken, maar zodra homofobie uit islamistische hoek komt, wordt het ineens stiller. Iedereen is bang om racistisch te worden genoemd.”
Zijn moskee ontvangt geregeld bedreigingen. Saraç is daar duidelijk over: “Daarvan komt 99,5 procent uit islamistische hoek. Die islamisten projecteren hun haat tegen het Westen en democratische samenlevingen op de queer gemeenschap. Ze zien dat als bewijs voor de decadentie van het Westen.”
Islamitisch versus islamistisch
Islamitisch verwijst naar alles wat met de islam als religie te maken heeft. Islamistisch verwijst naar de politieke islam, een stroming die de islam als basis wil voor de inrichting van de staat en de samenleving.
Geweld bij prides komt uit meerdere hoeken
Hans Vermeulen is internationaal ambassadeur van de Pride Amsterdam en was betrokken bij de organisatie van prides in meerdere landen. Hij zag geweld vanuit verschillende richtingen. “Uit rechts-extremistische hoek, maar ook van orthodox-religieuze partijen.” Er werden bij die evenementen brandbommen gegooid. “Ik heb ook eens een priester gezien die met een kruis een Pride-deelnemer sloeg.”
Toch spreekt Vermeulen zich op persoonlijke titel ook uit over een specifiek patroon in Amsterdam. Hij omschrijft incidenten zoals schelden en spugen, die hij vooral uit islamitische hoek ziet komen. “Daar wordt veel te weinig over gesproken. Zodra het uit die hoek komt, wordt er een vergoelijkende deken overheen gegooid.”

Incidenten bij gaybar De Prik in Amsterdam
Vermeulen noemt als voorbeeld gaybar De Prik in Amsterdam. Daar waren in het afgelopen jaar regelmatig incidenten waarbij langsrijdende jongeren schreeuwden, spuugden en dingen gooiden naar het terras. “Op camerabeelden is te zien dat dat vaak jongeren zijn met een mediterrane achtergrond.”
De Prik heeft inmiddels een fysieke afbakening rondom het terras geplaatst. Dat gebeurde, volgens Vermeulen, om de veiligheid van de bezoekers te waarborgen. Het is een maatregel die laat zien hoe groot de druk op sommige lhbti-plekken in de stad is geworden.
Religieuze scholen en antihomoseksuele boodschappen
Vermeulen pleit er niet alleen voor dat de overheid optreedt tegen geweld, maar ook dat zij voorkomt dat antihomoseksuele denkbeelden worden uitgedragen op scholen die zij zelf bekostigt. “Het begint met het onderwijs, en dan vooral het religieuze onderwijs. Daar worden zaadjes geplant die gaan over dingen in onze maatschappij die volgens die religie niet correct zijn.”
Eerder onderzoek van Nieuwsuur liet zien wat kinderen leren op een groeiend aantal islamitische scholen in Nederland. Geweld wordt daarin afgewezen, maar kinderen leren wel dat Allah een volk vernietigde als straf voor onder meer homoseksuele relaties. In een leesboekje staat een tekening waarop dieren een lhbti-vlag in het vuur gooien. Een andere islamitische lesmethode stelt dat het homohuwelijk zou leiden tot ontwrichting van de samenleving en ernstige ziektes.
De onderwijsinspectie zegt dat dit is toegestaan vanwege de vrijheid van onderwijs. De overheid financiert deze scholen volledig.
‘De overheid moet zich de ogen uit de kop schamen’
Vermeulen reageert fel op die situatie. “Dat we dat toestaan met z’n allen, is onbegrijpelijk. De overheid moet zich de ogen uit de kop schamen dat ze daar ook nog eens geld voor beschikbaar stellen.”
Ook Saraç vindt dat scholen die de grondwet niet onderschrijven geen overheidsfinanciering zouden moeten krijgen. Hij wijst op het Nederlandse huwelijksrecht als voorbeeld van een verworvenheid die beschermd moet worden. “In Nederland konden homoseksuelen veel eerder trouwen dan in Duitsland. Als we die rechten niet kunnen beschermen omdat we ons beroepen op godsdienstvrijheid, dan kan ik daar met mijn verstand niet bij.”
Wat gebeurt er nu verder?
De aanslag in Berlijn heeft het debat over veiligheid bij Pride-evenementen en de grenzen van godsdienstvrijheid opnieuw op scherp gezet. In Nederland klinkt de roep om een duidelijker overheidsstandpunt steeds luider, zowel over de aanpak van geweld als over wat er op religieuze scholen wordt onderwezen.
De vraag is of de politiek bereid is die discussie aan te gaan, of dat de stilte waar activisten over spreken ook in Den Haag voortduurt.
