Het aanmeldcentrum in Ter Apel zit opnieuw aan zijn maximale capaciteit, terwijl de spreidingswet een structurele oplossing leek te bieden. Toch weigeren talloze gemeenten hun verantwoordelijkheid te nemen. NU.nl sprak met burgemeesters van omliggende gemeenten die wél nachtopvang aanbieden en die openlijk hun frustratie uitspreken over de passiviteit van anderen.
Ter Apel wederom overbelast
Het is een situatie die zich met pijnlijke regelmaat herhaalt: het aanmeldcentrum in Ter Apel puilt uit. Asielzoekers die net in Nederland zijn aangekomen, hebben geen plek om te slapen en zijn aangewezen op tijdelijke noodoplossingen. De omstandigheden in en rondom het centrum zijn al jaren onderwerp van maatschappelijke en politieke discussie.
Ondanks herhaalde beloftes van Den Haag om de situatie structureel te verbeteren, lijkt er weinig te veranderen. Iedere keer dat de capaciteit wordt overschreden, zijn het dezelfde gemeenten in de buurt van Ter Apel die bijspringen. De druk op deze gemeenten stapelt zich op, terwijl elders in het land gemeenten stil blijven.
De burgemeesters van nabijgelegen gemeenten zijn de situatie meer dan zat. Ze bieden nachtopvang aan uit humanitaire overwegingen, maar benadrukken dat dit geen duurzame oplossing is. “We willen niet dat mensen op de grond slapen”, klinkt het eensgezind.
De spreidingswet: belofte of papieren tijger?
De spreidingswet, die gemeenten verplicht om bij te dragen aan de opvang van asielzoekers, leek eindelijk een eerlijke verdeling te garanderen. De wet geeft de overheid de bevoegdheid om gemeenten aan te wijzen waar opvanglocaties moeten komen, ook als lokale bestuurders dat niet willen. In theorie een krachtig instrument.
In de praktijk blijkt de uitvoering weerbarstig. Veel gemeenten zoeken naar juridische en procedurele manieren om de wet te omzeilen of de uitvoering te vertragen. Bezwaarprocedures, politieke weerstand en lokale onrust zorgen ervoor dat de wet zijn belofte vooralsnog niet waarmaakt.
Burgemeesters die wél meewerken, voelen zich in de steek gelaten. Zij dragen een onevenredig groot deel van de last, terwijl gemeenten die niets doen nauwelijks worden aangesproken op hun gedrag. De roep om handhaving wordt luider.

Wat doen de betrokken gemeenten concreet?
De gemeenten rondom Ter Apel hebben verschillende vormen van nachtopvang georganiseerd om de directe nood te lenigen. Dit varieert van sportaccommodaties en gemeenschapscentra tot tijdelijke noodlocaties die snel worden ingericht wanneer de situatie escaleert.
De burgemeesters benadrukken dat hun inzet voortkomt uit een morele verplichting, niet uit een wettelijke. Ze willen voorkomen dat kwetsbare mensen — waaronder gezinnen met kinderen — buiten moeten slapen. Toch maken ze duidelijk dat dit geen structurele taak van alleen hun gemeenten kan zijn.
Welke obstakels spelen een rol?
De redenen waarom gemeenten niet meewerken aan opvang zijn divers. Soms is er politieke weerstand vanuit de gemeenteraad, soms speelt angst voor maatschappelijke onrust een rol. In andere gevallen worden financiële argumenten aangedragen of wordt gewezen op een vermeend gebrek aan geschikte locaties.
Critici stellen echter dat veel van deze argumenten als excuses worden gebruikt. Gemeenten die wél opvang organiseren, tonen aan dat het mogelijk is — ook met beperkte middelen en in relatief korte tijd. Het ontbreekt bij veel gemeenten niet aan mogelijkheden, maar aan politieke wil.
- Politieke weerstand in gemeenteraden vertraagt besluitvorming
- Bezwaarprocedures worden ingezet om de spreidingswet te omzeilen
- Financiële argumenten worden aangedragen, maar vaak weerlegd
- Angst voor maatschappelijke onrust remt lokale bestuurders af
- Gebrek aan handhaving door de nationale overheid vergroot de vrijblijvendheid
Burgemeesters spreken zich openlijk uit
Het is opvallend dat steeds meer burgemeesters het taboe doorbreken en zich publiekelijk uitspreken over de ongelijke verdeling van verantwoordelijkheden. Dat is niet vanzelfsprekend: lokale bestuurders zijn doorgaans terughoudend in het publiekelijk bekritiseren van collega’s.
Toch klinkt nu een duidelijk geluid: de solidariteit onder gemeenten is ver te zoeken. “Te veel gemeenten doen niets en komen ermee weg”, aldus meerdere burgemeesters. Ze roepen de nationale overheid op om daadkrachtiger op te treden en de spreidingswet daadwerkelijk te handhaven.
De oproep is niet alleen gericht aan Den Haag. Ook collega-burgemeesters worden aangesproken op hun morele verantwoordelijkheid. Het gaat uiteindelijk om mensen in nood, die recht hebben op een bed en een dak boven hun hoofd — ongeacht in welke gemeente ze terechtkomen.
Nationale politiek moet ingrijpen
De situatie in Ter Apel is symptomatisch voor een breder probleem in het Nederlandse asielbeleid: de kloof tussen wet- en regelgeving enerzijds en de uitvoeringspraktijk anderzijds. Zolang gemeenten zonder consequenties kunnen weigeren, blijft de druk onevenwichtig verdeeld.
Experts en betrokken burgemeesters pleiten eensgezind voor een strengere handhaving van de spreidingswet. Gemeenten die structureel weigeren mee te werken, zouden moeten worden geconfronteerd met concrete maatregelen, zoals het inhouden van gemeentelijke subsidies of het opleggen van dwangsommen.
De komende maanden zal blijken of de nationale politiek de daad bij het woord voegt. Tot die tijd zijn het opnieuw de gemeenten in de directe omgeving van Ter Apel die de rekening betalen — in mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak.
De menselijke kant mag niet worden vergeten
Achter alle politieke discussies en juridische procedures schuilen mensen van vlees en bloed. Asielzoekers die na een lange en vaak gevaarlijke reis in Nederland aankomen, verdienen een menswaardige ontvangst. De burgemeesters die wél opvang bieden, houden die menselijke maat in het oog — en hopen dat meer collega’s hun voorbeeld volgen.
