De leesvaardigheid van Nederlandse jongeren bereikt een nieuw dieptepunt. Uit het internationale PISA-onderzoek blijkt dat bijna 40 procent van de 15-jarigen niet goed genoeg kan lezen om volwaardig mee te komen op school en in de samenleving. Het risico op laaggeletterdheid groeit daarmee snel.
Wie niet op minimaal leesniveau 2 zit, heeft moeite om te functioneren in het dagelijks leven. Denk aan het begrijpen van een bijsluiter, het schrijven van een sollicitatiebrief of het herkennen van nepnieuws. Meer dan een derde van de onderzochte jongeren haalt dat minimumniveau niet.
Staatssecretaris Judith Tielen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkent de ernst van de situatie en kondigt dit najaar een actieplan aan. “We kunnen ons geen verdere achteruitgang permitteren”, zegt ze.
Wat speelt er precies?
- 39 procent van de Nederlandse 15-jarigen haalt leesniveau 2 niet, het minimale niveau om mee te doen in de samenleving.
- In 2018 was dat nog één op de vier jongeren, in 2023 bijna een derde. De situatie verslechtert dus snel.
- Nederland scoort lager dan vergelijkbare EU-landen. Alleen Griekenland doet het slechter.
- Jongens scoren slechter dan meisjes, en vmbo-leerlingen scoren lager dan vwo-leerlingen.
- Ruim 6.600 leerlingen van 177 Nederlandse scholen deden mee aan het onderzoek.
Een dalende trend al tientallen jaren
De neerwaartse lijn is niet nieuw. In 2003 scoorden Nederlandse 15-jarigen nog boven het Europese gemiddelde op leesvaardigheid. Sindsdien is die score bij elk PISA-onderzoek verder gedaald.
In 2018 kon één op de vier jongeren niet goed genoeg lezen. In 2023 was dat bijna een derde. Nu, met de meest recente meting, is het aandeel opgelopen tot 39 procent. De verslechtering gaat dus in een steeds hoger tempo.

Wat is het PISA-onderzoek?
PISA staat voor Programme for International Student Assessment. Het onderzoek wordt elke drie à vier jaar wereldwijd uitgevoerd en meet de vaardigheden van 15-jarigen op het gebied van lezen, wiskunde en natuurwetenschappen.
Aan de meest recente editie deden wereldwijd ongeveer 760.000 leerlingen uit 91 landen mee. In Nederland werden ruim 6.600 leerlingen van 177 scholen digitaal getoetst. Zij vulden ook een vragenlijst in over hun leven op en buiten school.
Het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs plaatst wel een kanttekening: de Nederlandse scores zijn lastig rechtstreeks te vergelijken met die van andere landen, omdat onderwijssystemen sterk van elkaar kunnen verschillen.
Schoolniveau en ouders spelen grote rol
Het type middelbare school dat een leerling volgt, heeft grote invloed op de leesvaardigheid. Vwo-leerlingen scoren aanzienlijk beter dan vmbo-leerlingen.
Ook de opleiding van ouders maakt verschil. Kinderen van ouders met een hbo- of universitaire opleiding laten gemiddeld een hogere leesvaardigheid zien. Dat wijst op een bredere sociale ongelijkheid in het onderwijs.
Leescoalitie: “Overheid moet breder inzetten”
De Leescoalitie, een samenwerkingsverband van organisaties die zich inzetten voor lezen, noemt de uitkomsten “zorgwekkende cijfers”. De coalitie roept de overheid op om steviger in te grijpen, ook buiten het onderwijs.
“Het is hard nodig dat de overheid stevig inzet op een brede leescultuur, ook buiten het onderwijs”, aldus de Leescoalitie. De organisaties pleiten voor gerichte investeringen in bibliotheken én voor een positieve aanpak die lezen breed in de samenleving stimuleert.
Staatssecretaris Tielen kondigt actieplan aan
Staatssecretaris Tielen erkent dat er geen snelle oplossing bestaat. “De leesresultaten dalen al jaren, in bijna alle landen. We lossen dit niet vandaag of morgen op. Het is een zaak van lange adem”, zegt ze.
Toch benadrukt ze de urgentie. “Goed kunnen lezen is cruciaal, bij alle vakken op school en op je werk. Om de bijsluiter van medicijnen te begrijpen, of om echt nieuws van nepnieuws te kunnen onderscheiden. We moeten de lat hoger leggen, met hogere verwachtingen van leerlingen, leraren en scholen.”
Vanaf dit schooljaar werken scholen al met nieuwe, concretere kerndoelen voor Nederlands en rekenen, ter vervanging van de doelen uit 2006. Dit najaar volgt een aanvullend actieplan met extra nadruk op basisvaardigheden. “Taal is de basis voor alles”, aldus Tielen.
Wiskunde en natuur stabiel, maar minder plezier
Op het gebied van wiskunde en natuurwetenschappen is de gemiddelde score van Nederlandse leerlingen stabiel gebleven. Dat is in vergelijking met leesvaardigheid een relatief positieve uitkomst.
Toch valt op dat Nederlandse leerlingen minder plezier beleven aan natuurwetenschappen dan leeftijdsgenoten in andere Europese landen. Dat kan op langere termijn gevolgen hebben voor de interesse in bèta-vakken en technische studies.
Wat gebeurt er nu?
De politieke druk om actie te ondernemen neemt toe nu de cijfers opnieuw verslechteren. Het actieplan van Tielen wordt dit najaar verwacht en moet duidelijk maken welke concrete stappen het kabinet zet om de leesvaardigheid te verbeteren.
De vraag is of de nieuwe kerndoelen en het aangekondigde plan snel genoeg effect hebben. Bij het volgende PISA-onderzoek wil Tielen betere resultaten zien. Of dat realistisch is, moet de komende jaren blijken.
