De Nederlandse inlichtingendiensten AIVD en MIVD houden zich niet aan de regels voor grote databases met persoonsgegevens. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), gepubliceerd in 2026. Het gaat om zogenoemde bulkdatasets: enorme verzamelingen gegevens over grote groepen mensen.
De diensten bewaren en gebruiken deze datasets niet op de juiste manier. Daarbij zitten ook de meest gevoelige categorieën persoonsgegevens. CTIVD-voorzitter Hugo Hillenaar noemt dit een serieus probleem.
“De gevoeligste categorieën persoonsgegevens zitten ertussen en het gaat om gegevens van iedereen, zoals de basisregistratie personen”, zegt Hillenaar. Dit zijn gegevens van gewone burgers, niet alleen van verdachten of personen van interesse.
Wat gaat er precies mis?
De CTIVD heeft kritiek op meerdere punten in de werkwijze van de inlichtingendiensten. De problemen gaan zowel over hoe de data wordt opgeslagen als over wie er toegang toe heeft.
Voormalig AIVD-medewerker en oud-toezichthouder Bert Hubert legt uit hoe dit historisch is gegroeid. “Inlichtingendiensten zijn altijd heel informeel omgegaan met grote databestanden”, zegt hij.
Volgens het CTIVD-rapport gebruiken de AIVD en MIVD ook datasets die bij hacks op straat zijn komen te liggen. Een recent voorbeeld is de hack bij telecomaanbieder Odido. Hillenaar benadrukt dat ook zulke data binnen de regels bewaard moet worden.
Wat zijn de risico’s van slechte beveiliging?
Hubert wijst op een concreet gevaar: te veel medewerkers hebben toegang tot data waar ze niets mee te maken hebben. Als databases niet formeel worden bijgehouden, is er weinig controle op wie erin kijkt.
Bij buitenlandse inlichtingendiensten is al vaker voorgekomen dat medewerkers de situatie misbruikten. Hubert beschrijft dit als volgt: “Medewerkers trekken dan bijvoorbeeld de locaties van hun geliefden na. Dat heet love intelligence.”
Normaal gesproken laat iemand een digitaal spoor achter bij het raadplegen van data. Maar als er niet wordt bijgehouden wie een dataset bekijkt, is misbruik vrijwel niet te traceren en ook niet te bestraffen.

Dit zijn de belangrijkste kritiekpunten van de CTIVD
- De diensten bewaren bulkdatasets niet volgens de geldende regels.
- Te veel medewerkers hebben toegang tot gevoelige data.
- Er wordt onvoldoende bijgehouden wie welke dataset raadpleegt.
- Datasets die via hacks zijn verkregen, worden ook niet correct behandeld.
- De wetgeving sluit niet aan op de huidige digitale werkelijkheid.
Verouderde wetgeving als oorzaak
Hubert stelt dat de huidige wetgeving niet is meegegroeid met de tijd. “Die wetten gaan nog over fysieke telefoonboeken. De regelgeving is niet bedoeld voor tijden als deze”, zegt hij.
Hij denkt niet dat de diensten bewust de regels overtreden. “Ik denk dat het een combinatie is van het onderschatten van het privacybelang en het ook wel fijn vinden om al die data te hebben.”
Toch benadrukt de CTIVD dat bulkdatasets voor de nationale veiligheid wel degelijk nuttig en noodzakelijk zijn. “In een inlichtingenonderzoek kunnen die van pas komen, bijvoorbeeld om een naam aan een telefoonnummer te koppelen”, aldus de commissie.
Wat zeggen de ministers?
Minister Heerma van Binnenlandse Zaken en minister Yeşilgöz van Defensie reageerden op het rapport. Zij zeggen dat de AIVD en MIVD al werken aan het verbeteren van de manier waarop ze met bulkdatasets omgaan. Eerste stappen zijn al gezet.
De ministers beloven ook zelf “passende maatregelen” te nemen. Het doel is dat onbevoegde medewerkers geen toegang meer krijgen tot data waar ze niets mee te maken hebben. Ook moet worden voorkomen dat datasets te lang worden bewaard.
Wat betekent dit voor gewone burgers?
Gegevens uit de basisregistratie personen staan in deze datasets. Dat betekent dat vrijwel iedere Nederlander erin voorkomt. De CTIVD vindt dat dit extra reden is om strenge regels serieus te nemen en te handhaven.
Het rapport maakt duidelijk dat privacy bij de inlichtingendiensten in 2026 nog altijd geen vanzelfsprekende prioriteit is. Toezichthouders, oud-medewerkers en ministers zijn het erover eens dat er iets moet veranderen.
