De Japanse yen was weggezakt tot het laagste punt in bijna veertig jaar. Na berichten over geheime aankopen en een gefotografeerd Amerikaans notitieblok kwam maandag de bevestiging: Japan en de Verenigde Staten hebben met miljarden ingegrepen om de vrije val van de yen te stoppen.
De munt herstelde na de interventie van bijna 164 yen per dollar naar ongeveer 157 yen per dollar. Dat is een flinke sprong, maar analisten vragen zich af hoe lang dit herstel standhoudt.
Eerdere ingrepen van Japan lieten zien dat koerswinsten snel kunnen verdwijnen. De vraag is of dit keer hetzelfde gebeurt.
- Dieptepunt: de yen zakte naar bijna 164 yen per dollar, het laagste niveau sinds 1986
- Interventie: Japan verkocht naar schatting bijna 60 miljard dollar om yens te kopen
- VS meedoen: een gefotografeerd notitieblok bij minister Bessent onthulde plannen voor aankopen van 5 tot 10 miljard dollar aan yen
- Oorzaak: de lage Japanse rente maakt het aantrekkelijk voor beleggers om yens te lenen en elders te investeren
- Gevolgen: hogere prijzen voor basisgoederen in Japan en mogelijke doorwerking op internationale obligatiemarkten
Minister verschijnt voor de camera’s: “We aarzelen niet opnieuw in te grijpen”
Zodra de Japanse minister Katayama voor het ministerie van Financiën verschijnt, zwermen journalisten om haar heen. Ze leest van een vel papier voor: “We zullen niet aarzelen opnieuw in te grijpen.”
De interventie was een reactie op wat zij omschreef als “buitensporige schommelingen en wanordelijke koersbewegingen” van de yen. De aankondiging bevestigde wat valutamarktexperts al vermoedden.
Hoe werkt een valuta-interventie?
Bij een valuta-interventie verkoopt een overheid de ene munt om een andere te kopen. Japan verkocht naar schatting bijna 60 miljard dollar en kocht daarvoor yens terug. Die extra vraag naar yen dreef de koers omhoog.
Hoeveel de VS precies inzette, is niet officieel bekendgemaakt. De opvallendste aanwijzing kwam uit een onverwachte hoek: Reuters fotografeerde tijdens een kabinetsvergadering op Camp David een notitieblok dat voor minister Scott Bessent lag. Daarop stond handgeschreven: Buy Japanese Yen (JPY) $5-10 bil.
Volgens de Financial Times verkochten de VS ook euro’s om daarmee yens te kopen. Daardoor werd de yen ook tegenover de euro sterker: de koers daalde van ruim 187 naar ongeveer 180 yen per euro.

De yen verloor in tien jaar bijna 40 procent van zijn waarde
Om te begrijpen hoe groot het probleem is, helpt een vergelijking: in augustus 2016 kostte een euro nog 113 yen. Nu is dat ongeveer 180 yen. De Japanse munt is daarmee in tien jaar tijd bijna 40 procent minder waard geworden tegenover de euro.
In april en mei van dit jaar zette Japan al duizenden miljarden yen in om de munt te ondersteunen. Die interventies hielpen nauwelijks. De koerswinst verdween snel en de yen zakte daarna opnieuw weg.
Historische interventies werkten slechts enkele dagen
Japanse ingrepen in december 1997 en april 1998 hielden het slechts enkele dagen vol. Een gezamenlijke actie met de VS in juni 1998 hield iets langer stand: zo’n tien handelsdagen. Die geschiedenis stemt weinig hoopvol over het huidige ingrijpen.
Lage rente is de kern van het probleem
De belangrijkste oorzaak van de zwakke yen is de lage Japanse rente. Al ruim dertig jaar houdt de centrale bank die laag om lenen goedkoper te maken en zo investeringen en consumentenuitgaven te stimuleren.
De rente staat nu op 1 procent. Dat is voor Japan het hoogste niveau in 31 jaar, maar het ligt ver onder de Amerikaanse bovengrens van 3,75 procent. Dat renteverschil maakt het voor beleggers aantrekkelijk om goedkoop yens te lenen en dat geld buiten Japan tegen een hogere rente te beleggen. Dit zogeheten carry trade verzwakt de yen verder.
Daar komt bij dat Japan ongeveer 90 procent van zijn energie importeert, grotendeels betaald in dure dollars. Sinds de kernramp in Fukushima in 2011 wordt er minder binnenlandse kernenergie geproduceerd. Japan betaalt daardoor zowel de hogere wereldmarktprijs als de ongunstige wisselkoers.
Japanners voelen het in de supermarkt
De zwakke yen heeft directe gevolgen voor gewone Japanners. Basisgoederen zijn aanzienlijk duurder geworden. Om de financiële druk te verlichten stelt premier Takaichi voor om de btw op voedsel vanaf 2027 twee jaar lang te verlagen naar 1 procent. In een verdergaand voorstel wordt zelfs een volledige vrijstelling van btw op voedsel genoemd.
Tegelijk wil het kabinet flink investeren in defensie, technologie en zorg. Concrete plannen om het groeiende begrotingstekort op te vangen, zijn er vooralsnog niet. Tokio bestrijdt met deze interventie vooral de gevolgen van de zwakke yen, niet de oorzaken.
Washington beschermt ook zijn eigen belangen
De Amerikaanse president Trump presenteerde de interventie afgelopen zondag als een vriendendienst. Japan wilde “een beetje hulp”, zei hij. Maar de VS hebben ook een eigen belang bij een sterkere yen.
Als Japan op grote schaal Amerikaanse staatsobligaties verkoopt om zelf in te grijpen op de valutamarkt, kan dat hypotheken en autoleningen duurder maken voor Amerikaanse consumenten. Onrust op de obligatiemarkten kan bovendien doorwerken in de wereldwijde rente en zo ook Europese beleggingen raken.
Hoe lang houdt dit herstel stand?
De grote vraag is of deze gezamenlijke interventie meer effect heeft dan eerdere pogingen. De structurele oorzaken van de zwakke yen, zoals het renteverschil met de VS, zijn niet weggenomen. Zolang dat renteverschil groot blijft, hebben beleggers een prikkel om yens te verkopen.
Het kabinet-Takaichi heeft nog geen duidelijk plan gepresenteerd om de yen op langere termijn te stabiliseren. Analisten en markten houden de situatie nauwlettend in de gaten.
