Het minderheidskabinet onder leiding van D66, VVD en CDA heeft al maanden te kampen met forse politieke turbulentie. Wat normaal gesproken een beheersbare horde is, het belastingplan, blijkt voor dit kabinet een slopende strijd. Aan alle kanten klinkt chagrijn, zowel binnen de coalitie als in de oppositie.
Terwijl andere landen positieve ervaringen hebben opgedaan met minderheidskabinetten, lijkt de Nederlandse variant vooralsnog moeizamer te verlopen. De vraag dringt zich op: wat gaat er mis, en kan dit experiment alsnog slagen?
Het kabinet-Jetten is een politiek experiment dat Nederland nog niet eerder op deze manier heeft meegemaakt. Zonder meerderheid in de Tweede Kamer is het kabinet voortdurend afhankelijk van wisselende steun van andere partijen. Dat maakt besturen ingewikkeld en tijdrovend.
Wat speelt er precies?
- Geen vaste meerderheid: D66, VVD en CDA hebben samen onvoldoende zetels en zijn afhankelijk van steun van andere partijen per stemming.
- Belastingplan struikelblok: Wat normaal een overzichtelijke politieke hobbel is, zorgt nu voor langdurige onderhandelingen en onenigheid.
- Chagrijn alom: Zowel binnen de coalitie als in de oppositie groeit de frustratie over de trage besluitvorming.
- Internationaal contrast: In landen als Denemarken en Canada hebben minderheidskabinetten juist laten zien dat dit model wél kan werken.
- Toekomst onzeker: De vraag is of het kabinet de rit uitrijdt en of het vertrouwen in de aanpak kan worden hersteld.
Hoe werkt een minderheidskabinet?
Een minderheidskabinet regeert zonder een vaste meerderheid in het parlement. Voor elk belangrijk besluit moet het kabinet steun zoeken bij oppositiepartijen. Dat vraagt om veel onderhandelen, compromissen sluiten en politieke handigheid.
In theorie kan dit model juist zorgen voor bredere politieke betrokkenheid. Verschillende partijen krijgen invloed op beleid, wat de democratische legitimiteit kan vergroten. Maar het vereist ook geduld en vertrouwen, iets wat in Den Haag momenteel schaars lijkt.

Waarom lukt het elders wel?
In Scandinavische landen zoals Denemarken en Noorwegen is het minderheidskabinet al decennialang een beproefd model. Daar bestaat een sterkere cultuur van parlementaire samenwerking en gedoogakkoorden. Partijen zijn gewend om per onderwerp met elkaar te onderhandelen.
Ook in Canada heeft het model herhaaldelijk gefunctioneerd. Minderheidskabinetten sloten daar per dossier akkoorden met andere partijen, zonder dat dit telkens tot een crisis leidde. Het verschil zit hem vaak in de politieke cultuur en de bereidheid tot samenwerking.
De Nederlandse polderpolitiek als obstakel?
Nederland heeft juist een sterke traditie van brede coalities met vaste meerderheden. De poldercultuur, gericht op consensus en stabiliteit, past niet vanzelfsprekend bij een kabinet dat per stemming op zoek moet naar steun. Dat wrijft.
Politicologen wijzen erop dat Nederlandse partijen minder ervaring hebben met de flexibele onderhandelingsstijl die een minderheidskabinet vereist. De gewenning kost tijd, maar die tijd lijkt het kabinet-Jetten niet altijd te krijgen.
Het belastingplan als lakmoesproef
Het belastingplan voor 2026 had een relatief rechttoe-rechtaan dossier moeten zijn. In eerdere kabinetten werd dit soort plannen met beperkte politieke strijd door de Kamer geloodst. Maar voor het kabinet-Jetten bleek het een slopende klus.
De onderhandelingen met oppositiepartijen verliepen moeizaam. Elke partij stelde eigen eisen, en het vinden van een werkbare meerderheid kostte maanden. Critici zeggen dat dit symptomatisch is voor de bredere problemen van dit kabinet.
Wat zeggen de partijen zelf?
Binnen de coalitie houden D66, VVD en CDA de schijn van eenheid op, maar achter de schermen klinkt ook daar onvrede. Het voortdurend onderhandelen kost energie en leidt af van de inhoudelijke agenda die het kabinet voor ogen had.
Oppositiepartijen verwijten het kabinet een gebrek aan regie. “Je hebt een kabinet nodig dat weet wat het wil en dat ook kan uitvoeren,” zo klinkt het in Den Haag. Voorstanders van het model benadrukken juist dat aanpassen en samenwerken ook een vorm van kracht is.
Kan het experiment alsnog slagen?
Politicologen zijn verdeeld over de toekomst van het kabinet-Jetten. Sommigen denken dat het kabinet de grootste kinderziektes nu achter de rug heeft en dat het model zich nog kan bewijzen. Anderen waarschuwen dat de politieke basis te smal en te onzeker is voor stabiel bestuur.
Veel hangt af van de komende maanden. Als het kabinet erin slaagt om grote dossiers, zoals de begroting en klimaatbeleid, met wisselende meerderheden door de Kamer te loodsen, kan het vertrouwen groeien. Lukt dat niet, dan groeit de druk op een kabinetscrisis.
De komende weken in Den Haag worden dan ook cruciaal. Het minderheidskabinet staat voor de keuze: bewijzen dat het experiment werkt, of toegeven dat Nederland er nog niet klaar voor is.
