Suzanne Biewinga (72) deed iets wat de meeste mensen op hun zeventigste niet meer van plan zijn: ze promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Haar onderwerp was de filosofie van het ouder worden, en inmiddels trekt ze het land door om haar inzichten te delen.
Haar boodschap is helder en tegelijk verrassend. “De angst voor een betekenisloos leven is groter dan de angst voor de dood,” zegt ze. Ouder worden is niet alleen maar verlies, vindt Biewinga. Er zit ook iets waardevols in die fase van het leven.
Met haar werk wil ze een ander geluid laten horen dan het gebruikelijke verhaal over vergrijzing en achteruitgang. Ouderdom verdient volgens haar een eerlijker en rijker beeld.
Wat speelt er?
- Suzanne Biewinga promoveerde op haar 70ste aan de Universiteit van Amsterdam op de filosofie van het ouder worden.
- Nu ze 72 is, deelt ze haar filosofie actief door het land.
- Haar centrale stelling: de angst voor een betekenisloos leven is groter dan de doodsangst.
- Ze verzet zich tegen het dominante beeld van ouderdom als louter verlies en verval.
Promoveren op je zeventigste: hoe doe je dat?
Voor de meeste mensen is een promotietraject iets voor de dertiger of veertiger. Biewinga koos een ander pad. Ze begon aan haar academisch onderzoek op een leeftijd waarop velen denken aan afbouwen en genieten van de rust.
Dat ze dit deed, is op zichzelf al een filosofisch statement. Het toont dat persoonlijke groei en intellectuele nieuwsgierigheid geen houdbaarheidsdatum kennen. Haar promotie aan de UvA bewees dat ouder worden en ambitie uitstekend samengaan.

‘Het is niet alleen maar verlies en verval’
De maatschappij heeft een overwegend negatief beeld van ouder worden. Achteruitgang, ziekte, afhankelijkheid: het zijn de thema’s die al snel opduiken. Biewinga plaatst daar vraagtekens bij.
Volgens haar biedt de latere levensfase ook iets dat jongere mensen missen: diepgang, acceptatie en een scherper besef van wat er echt toe doet. “Het is niet alleen maar verlies en verval,” benadrukt ze. Ouder worden heeft ook een eigen waarde.
De angst voor zinloosheid
Een van de opvallendste inzichten uit haar werk gaat over angst. Niet de dood is de grootste schrik, maar de gedachte dat het leven zijn betekenis verliest. Mensen willen er toe doen, gezien worden en iets nalaten.
Die angst speelt op elke leeftijd, maar wordt scherper naarmate mensen ouder worden. Biewinga ziet dat als een aanknopingspunt: wie begrijpt waar die angst vandaan komt, kan er bewuster mee omgaan.
Door het land met een filosofische boodschap
Na haar promotie is Biewinga niet achter haar bureau blijven zitten. Ze trekt door Nederland om lezingen en gesprekken te geven over haar filosofie. Haar publiek bestaat uit mensen van allerlei leeftijden die nadenken over hun eigen ouder worden, of dat van hun naasten.
De ontvangst is warm. Het thema raakt mensen, juist omdat het iedereen vroeg of laat aangaat. Biewinga weet dat uit eigen ervaring: ze spreekt niet alleen als filosoof, maar ook als iemand die zelf ouder wordt.
Ouder worden in een jeugdcultuur
Nederland, net als veel andere westerse landen, is sterk gericht op jeugd en productiviteit. Wie niet meer meedraait in de economie of lichamelijk minder kan, voelt dat soms als een verlies van status.
Biewinga pleit voor een cultuuromslag. Niet ouderdom verbergen of ontkennen, maar er ruimte voor maken. Dat vraagt om een ander gesprek, in gezinnen, in de zorg en in de samenleving als geheel.
Wat betekent dit voor hoe we naar ouder worden kijken?
Het werk van Biewinga past in een bredere beweging waarbij mensen kritisch kijken naar hoe ouderdom wordt beleefd en geframed. Filosofen, psychologen en sociologen zoeken wereldwijd naar nieuwe manieren om betekenis te geven aan de latere levensfase.
Biewinga draagt daar op haar eigen manier aan bij. Met 72 jaar en een vers proefschrift op zak laat ze zien dat het gesprek over ouder worden het best gevoerd kan worden door mensen die het zelf leven. De vraag is nu hoe haar inzichten een plek krijgen in het bredere maatschappelijke debat over vergrijzing en zorg.
