Zestien bruggen in Nederland lopen het risico om zonder enige waarschuwing in te storten. Dat blijkt uit onderzoek van journalistiek platform Follow the Money (FTM). Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is op de hoogte van het gevaar, maar beloofde maatregelen worden nauwelijks uitgevoerd.
Het probleem zit in het staal dat in de bruggen is verwerkt. In het beton zijn staaldraden onder hoge spanning aangebracht, zogeheten voorspanstaal. Door een verschijnsel dat waterstofverbrossing heet, kunnen er microscopisch kleine scheurtjes in het staal ontstaan. Die scheurtjes zijn van buitenaf niet zichtbaar, maar kunnen er uiteindelijk voor zorgen dat de draden knappen en een brug plotseling instort.
Bekende voorbeelden zijn de Cadettencamp-brug in de A27 bij Breda en het Westelijk Viaduct in de A9 bij Uitgeest. Beide bruggen staan op de lijst van risicovolle constructies.
Wat speelt er precies?
- Zestien bruggen in Nederland zijn volgens FTM kwetsbaar voor plotselinge instorting door waterstofverbrossing in het voorspanstaal.
- Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wist hiervan, maar maatregelen werden nauwelijks genomen.
- Bij de helft van de bruggen zijn de afgelopen zes maanden geen inspecties uitgevoerd, terwijl het advies twee keer per jaar is.
- Vier bruggen waren al jarenlang niet geïnspecteerd.
- Rijkswaterstaat ontdekte inmiddels drie extra bruggen met hetzelfde probleem.
Dresden als waarschuwing: hoe groot is het gevaar?
Het gevaar is niet hypothetisch. Twee jaar geleden stortte in de Duitse stad Dresden de Carolabrug in, zonder voorafgaande waarschuwing. Een brugdeel van ongeveer honderd meter lang, gebruikt door fietsers, voetgangers en trams, belandde in het water.
Na dat ongeluk besloot Rijkswaterstaat de Nederlandse bruggen opnieuw onder de loep te nemen. Daaruit bleek dat dertien bruggen versneld vervangen moeten worden vanwege waterstofverbrossing.
Toenmalig minister Madlener van Infrastructuur en Waterstaat informeerde de Tweede Kamer hierover. Hij stelde in een brief dat de bruggen “veilig” zijn en dat er regelmatig inspecties plaatsvinden.

Experts twijfelen: “Niet mogelijk veiligheid te garanderen”
Maar de minister schilderde een rooskleuriger beeld dan de feiten rechtvaardigen. Tegelijk met zijn brief stuurde hij een adviesmemo van Rijkswaterstaat en een second opinion van TNO, TU Delft en TU Eindhoven mee naar de Kamer. Daarin stond dat het op dat moment niet mogelijk was om “uitspraak te doen over het wel of niet voldoende veilig zijn” van de bruggen.
De onderzoekers adviseerden Rijkswaterstaat om zo snel mogelijk vijf maatregelen te nemen: bruggen inspecteren, uitzoeken welk type voorspanstaal is gebruikt, berekeningen opnieuw uitvoeren, en bruggen waar nodig versterken en monitoren.
De minister beloofde dat advies op te volgen. Dat is echter niet of nauwelijks gebeurd, concludeert FTM op basis van eigen onderzoek.
Overzicht Rijkswaterstaat onthult tekortkomingen
FTM vroeg Rijkswaterstaat om verantwoording over de genomen maatregelen. De dienst stuurde een overzicht per brug. Uit dat overzicht blijkt dat bij geen enkele brug alle beloofde maatregelen zijn uitgevoerd.
Bij de helft van de risicoburggen hebben in het afgelopen halfjaar helemaal geen inspecties plaatsgevonden. Vier bruggen, waaronder de drie die Rijkswaterstaat recent zelf nog aan de lijst toevoegde, waren al jaren niet bezocht door inspecteurs.
Merwedebrug en Suurhoffbrug als voorbeeld
Eerder in 2026 moesten de Merwedebrug in de A27 en de Suurhoffbrug in de A15 tijdelijk worden gesloten, omdat de veiligheid niet kon worden gegarandeerd. Rijkswaterstaat wijst op die gevallen als bewijs dat het serieus met de problematiek omgaat.
Rijkswaterstaat: “We zitten er bovenop”
Joost van der Beek, programmadirecteur bruggen bij Rijkswaterstaat, laat aan de NOS weten dat hij zich niet volledig herkent in de conclusies van FTM. Volgens hem heeft Rijkswaterstaat al een groot deel van de maatregelen uitgevoerd of is daarmee bezig.
Hij benadrukt dat er staalmonsters worden genomen voor herberekeningen en dat de bruggen op meerdere manieren worden bewaakt. “Als het nodig is treffen we maatregelen, brengen we monitoringsystemen aan, brengen we een extra ondersteuning aan. We zitten er bovenop”, aldus Van der Beek.
Wat gebeurt er nu met de risicobruggen?
De publicatie van FTM zet het dossier opnieuw op de politieke agenda. De vraag is nu of het nieuwe kabinet en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat alsnog haast maken met de uitvoering van de adviezen van TNO en de technische universiteiten.
Zolang de vijf aanbevolen maatregelen niet volledig zijn uitgevoerd, blijft de veiligheid van deze bruggen onzeker. Voor miljoenen weggebruikers die dagelijks over deze constructies rijden, is dat een ongemakkelijke conclusie.
