Familierechters in Nederland willen dat het wetsvoorstel voor draagmoederschap op een aantal punten wordt aangepast. De wet is een stap vooruit, maar voorkomt nog niet alle grote problemen die rechters in de praktijk tegenkomen. Dat zegt familierechter Annette Olland van de rechtbank Den Haag namens rechters in Nederland.
Jaarlijks krijgen dertig tot vijftig Nederlandse gezinnen een kind via een draagmoeder, maar een wettelijke regeling ontbreekt vooralsnog. Omdat wensouders in Nederland niet openbaar mogen adverteren voor een draagmoeder, wijken zij in meer dan de helft van de gevallen uit naar het buitenland. Juist daarbij zien rechters risico’s die pijnlijk herinneren aan de misstanden rond interlandelijke adoptie.
Het debat over de wet in de Tweede Kamer is opnieuw uitgesteld, deze keer naar december. Of de wet er überhaupt doorkomt, is daarmee onzeker.
Wat speelt er bij de draagmoederwet?
- Er is momenteel geen wet die draagmoederschap in Nederland regelt.
- De draagmoeder is in Nederland automatisch de juridische moeder na de geboorte.
- Wensouders doorlopen nu soms anderhalf jaar aan juridische procedures voordat zij het ouderschap krijgen geregeld.
- Het nieuwe wetsvoorstel regelt dat afspraken al vóór de conceptie worden gemaakt en door een rechter worden getoetst.
- Na de geboorte zou het gezag dan direct naar de wensouders gaan, maar rechters willen ook daarna nog kunnen controleren.
- Het Kamerdebat over de wet is verschoven naar december.
Wat verandert de nieuwe wet?
Onder de huidige situatie moeten wensouders na de geboorte via de rechter het ouderschap en het gezag over hun kind zien te regelen. Dat traject kan anderhalf jaar duren. In die periode kunnen zij geen medische beslissingen nemen over het kind en hebben zij geen recht op ouderschapsverlof.
Het wetsvoorstel pakt dat aan door al vóór de conceptie bindende afspraken te laten maken, getoetst door een rechter. Na de geboorte gaat het gezag dan direct naar de wensouders. Rechters erkennen dat dit een verbetering is, maar plaatsen tegelijk serieuze kanttekeningen.

Rechters willen controlemoment na de geboorte
Een van de grootste zorgen van de familierechters is dat de situatie na de geboorte anders kan zijn dan vooraf afgesproken. Zo kan blijken dat de wensvader toch niet de genetische vader is, bijvoorbeeld omdat de draagmoeder bevrucht bleek te zijn door haar eigen partner.
Rechters pleiten daarom voor een verplicht controlemoment na de geboorte, inclusief een DNA-test. “Het kind moet gewoon 100 procent zeker weten: wie is mijn genetische vader? Wie is mijn genetische moeder?”, zegt Olland. “Wij denken dat het duidelijkheid geeft als wordt gekeken of afspraken van vóór de conceptie ook daadwerkelijk worden nagekomen.”
Wat als de draagmoeder spijt krijgt?
Het komt zelden voor, benadrukt Olland, maar soms verandert een draagmoeder na de geboorte van gedachten. Dat levert juridisch ingewikkelde situaties op waarbij de rechter moet beslissen wie de juridische ouders zijn, wie het gezag krijgt en welk contact er blijft met de draagmoeder.
“Dat zijn hele lastige beslissingen, waarbij eigenlijk alle uitgangspunten invoelbaar zijn. Die van de draagmoeder, de wensouders en het kind”, aldus Olland.
Een stel van twee vaders vertelde anoniem aan Nieuwsuur hoe dit in de praktijk uitpakt. Via een Nederlandse draagmoeder kregen zij dit jaar een kind. “We waren met z’n drieën de gelukkigste ouders die je kon bedenken. Dat duurde ongeveer een week”, vertelt een van de vaders. Daarna gaf de draagmoeder aan haar kind zelf te willen opvoeden. De vaders zijn nog verwikkeld in een juridische strijd. Volgens hen hadden vooraf vastgelegde afspraken een deel van het leed kunnen voorkomen.
Bedenktijd moet ruimer worden
Onder de nieuwe wet heeft een draagmoeder drie maanden na de geboorte om bezwaar te maken tegen het afstaan van het kind. Rechters vinden die termijn te krap. “We vinden dat er meer ruimte moet komen voor gevallen waarin de draagmoeder, bijvoorbeeld vanwege medische omstandigheden, niet binnen die tijd actie kan ondernemen.”
Parallel met adoptieschandaal baart zorgen
Rechters maken zich ook zorgen over de toename van draagmoederschapstrajecten in het buitenland. Bij veel van die gevallen zien zij problemen die lijken op de misstanden die leidden tot de opschorting van interlandelijke adoptie in 2021. Destijds bleek onder meer dat sommige kinderen niet konden achterhalen wie hun biologische ouders waren.
Bij buitenlandse draagmoederschapstrajecten speelt dat probleem soms ook, met name wanneer een anonieme eiceldonor wordt gebruikt. Olland noemt dat een schending van de rechten van het kind. “Het kind kan niet achterhalen van wie het afstamt, of er bepaalde genetische ziektes in de familie voorkomen, en van wie het bepaalde eigenschappen heeft.”
Rechters: wet moet er toch komen
Ondanks alle bezwaren steunen de rechters het wetsvoorstel in principe wel. Een duidelijk wettelijk kader geeft zowel wensouders als draagmoeders houvast, benadrukken zij.
“Het is belangrijk dat wensouders en draagmoeders een duidelijk uitgangspunt hebben, en dat ze weten: hieraan moet ik voldoen voor een zorgvuldig traject”, zegt Olland.
De vraag is of het zover komt. Het debat in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel is afgelopen week opnieuw uitgesteld en staat nu gepland voor december. Of de wet er in deze vorm doorkomt, is vooralsnog onzeker.
