KLM is niet de enige luchtvaartmaatschappij die hard moet bezuinigen. Door stijgende kosten voor brandstof, personeel en onderhoud staan vrijwel alle airlines onder druk. In Nederland maakt een hoge vliegbelasting de situatie extra lastig.
De luchtvaartbranche had gehoopt op rustiger vaarwater na de turbulente jaren van de coronapandemie. Dat valt tegen. De kosten blijven stijgen, terwijl passagiers kritisch zijn op de ticketprijzen.
Luchtvaartmaatschappijen zoeken daarom breed naar manieren om goedkoper te werken. Dat gaat van efficiëntere vluchten tot het schrappen van routes en personeel.
Wat speelt er precies?
- Brandstofkosten zijn een van de grootste kostenposten voor luchtvaartmaatschappijen en blijven hoog.
- Personeelskosten stijgen door cao-afspraken en krapte op de arbeidsmarkt.
- Vliegtuigonderhoud wordt duurder, mede door tekorten aan onderdelen en technisch personeel.
- Nederlandse vliegbelasting drukt extra zwaar op maatschappijen die vanuit Schiphol vliegen.
- Meerdere airlines zijn actief op zoek naar kostenbesparingen, waaronder reorganisaties en routewijzigingen.
Brandstof, personeel en onderhoud: de drie grote kostenposten
Voor luchtvaartmaatschappijen zijn er drie kostenposten die er bovenuit steken. Brandstof is er een van. De prijs daarvan schommelt sterk en is de afgelopen jaren fors gestegen.
Personeel is de tweede grote post. Na corona keerden veel werknemers niet terug naar de luchtvaart. Dat zorgde voor krapte, hogere lonen en dure arbeidscontracten.
Onderhoud is de derde factor. Vliegtuigen worden ouder en reserveonderdelen zijn moeilijk te krijgen. Dat drijft de kosten verder op.

Nederland extra duur door vliegbelasting
Bovenop de algemene kostenstijgingen betalen luchtvaartmaatschappijen in Nederland ook nog een relatief hoge vliegbelasting. Die belasting wordt geheven per vertrekkende passagier vanaf een Nederlandse luchthaven.
Critici zeggen al langer dat deze belasting de concurrentiepositie van Schiphol schaadt. Reizigers zouden bewust uitwijken naar luchthavens net over de grens, zoals Brussel of Düsseldorf, om de toeslag te vermijden.
Voor maatschappijen die sterk afhankelijk zijn van Schiphol, zoals KLM, is dat een extra probleem. Zij kunnen de belasting moeilijker ontlopen dan buitenlandse concurrenten.
KLM niet alleen: ook andere maatschappijen snijden in de kosten
KLM kondigde eerder al stevige bezuinigingen aan. Maar de Nederlandse luchtvaartmaatschappij staat daarin niet alleen. Meerdere Europese en internationale airlines zitten in hetzelfde schuitje.
Sommige maatschappijen schrappen routes die te weinig opleveren. Andere kiezen voor kleinere vloot of minder vluchten op drukke, maar dure tijdsloten. Weer anderen onderhandelen opnieuw met leveranciers en vakbonden.
De druk om winstgevend te blijven is groot. Aandeelhouders en investeerders verwachten resultaten, terwijl de marges in de luchtvaart van oudsher al smal zijn.
Passagier merkt er vooralsnog weinig van
Voorlopig lijkt de reiziger de gevolgen nog beperkt te voelen. Ticketprijzen zijn op veel routes zelfs gedaald ten opzichte van de piek na corona. Dat komt doordat maatschappijen klanten willen behouden en de concurrentie hevig is.
Toch waarschuwen analisten dat dit kan veranderen. Als de kosten verder stijgen en bezuinigingen niet genoeg opleveren, zullen de prijzen voor reizigers waarschijnlijk omhoog gaan.
Wat staat de luchtvaart in 2026 nog te wachten?
De druk op de sector zal in 2026 niet zomaar verdwijnen. Nieuwe regels rondom duurzame luchtvaartbrandstof, ook wel SAF genoemd, komen eraan. Die brandstof is een stuk duurder dan gewone kerosine.
Luchtvaartmaatschappijen moeten daar steeds meer van bijmengen, wat de kosten verder verhoogt. De vraag is wie die rekening uiteindelijk betaalt: de airlines zelf, of de passagier aan de balie.
