Britse begroting 2026: voorzichtig plan onthult beperkte speelruimte Labour-regering

Delen

De Britse minister van Financiën Healey presenteerde woensdag de eerste begroting van de regering-Burnham. Het werd een bescheiden plan, gericht op de stijgende kosten van levensonderhoud, maar zonder grote hervormingen. De terughoudendheid spreekt boekdelen over de beperkte financiële ruimte die Londen heeft.

Met het traditionele rode koffertje voor de deur van Downing Street opende Healey een ritueel dat teruggaat tot 1860. De begroting heeft een duidelijk linkse inslag, maar valt op door wat er niet in staat. Grote, kostbare plannen ontbreken vrijwel volledig.

De oppositie, van links tot rechts, was dan ook eensgezind in haar kritiek: deze regering mist ambitie. De Labour-partij zelf houdt vast aan haar koers en spreekt van een bewuste, verantwoorde keuze.

Wat staat er in de begroting?

De maatregelen zijn gericht op de zogenoemde “cost of living crisis”, de aanhoudende druk op de portemonnee van gewone Britten. Healey noemde het uitdrukkelijk “een begroting voor de werkende Britten”.

  • Minimumloon gaat verder omhoog
  • Twintig miljoen huishoudens krijgen een energiesubsidie van 120 euro voor de winter
  • De vaste leveringskosten voor gasgebruik worden afgeschaft
  • De korting op brandstofaccijnzen wordt verlengd tot de zomer van 2027
  • Belastingverhogingen voor de bank- en gokindustrie

Al met al gaat het om bescheiden uitgaven, gefinancierd met even bescheiden belastingverhogingen. Een grootschalige koerswijziging is het nadrukkelijk niet.

Scherp contrast met het partijcongres

De voorzichtige begroting staat in sterk contrast met de toespraak die premier Burnham in september hield op het jaarlijkse Labour-congres. Hij beloofde daar een nieuw stelsel voor ouderenzorg, een hervormde pensioenwet, een evenrediger kiesstelsel en zelfs een mogelijke terugkeer van het Verenigd Koninkrijk naar de Europese Unie.

Die speech veroorzaakte grote politieke ophef vanwege de torenhoge ambities. Maar Burnham verbond er een cruciaal voorbehoud aan: al deze plannen wil hij pas invoeren na de volgende parlementsverkiezingen, die waarschijnlijk pas in 2029 plaatsvinden.

Daarmee rees direct de vraag wat zijn regering de komende drie jaar dan wél gaat doen. De begroting van woensdag geeft een eerste, voorzichtig antwoord, maar maakt tegelijkertijd de beperkingen van de huidige ploeg pijnlijk duidelijk.

Uitzicht op de Big Ben en het Parlement in Londen tijdens de schemering, weerkaatsend op de Theems.
Foto: Trev W. Adams / Pexels

Het spook van Liz Truss

Om de terughoudendheid te begrijpen, moet je terug naar 2022. Toenmalig premier Liz Truss presenteerde haar beruchte “mini-budget”, een begroting vol forse belastingverlagingen zonder duidelijk financieringsplan. De obligatiemarkten reageerden keihard: de rente op Britse staatsleningen steeg razendsnel.

De onrust was zo groot dat Truss de meeste plannen snel moest intrekken. Het mocht niet baten: na 49 dagen was haar premierschap voorbij. Maar de gevolgen zijn tot op de dag van vandaag voelbaar. De rente op Britse staatsleningen is sindsdien hoog gebleven.

Het vertrouwen van de kapitaalmarkten in de Britse economie heeft zo’n klap gehad, dat de regeringen die volgden, van Sunak tot Starmer tot Burnham, voortdurend te maken hebben met een sceptisch financieel publiek. Ambitieuze plannen dreigen direct te worden afgestraft op de financiële markten.

Hoogste rente van de G7

Van alle G7-landen betaalt het Verenigd Koninkrijk dit moment de hoogste rente op tienjaarlijkse staatsleningen. De jaarlijkse renteaflossingen overtreffen inmiddels de uitgaven aan zowel onderwijs als defensie.

Healey presenteerde de begroting dan ook nadrukkelijk als een “do not harm”-begroting. “We doen dit met grote verantwoordelijkheid. We houden vast aan strenge fiscale regels”, zei hij in het Lagerhuis.

Die aanpak laat wel een aantal belangrijke vragen onbeantwoord. Zo heeft het Verenigd Koninkrijk zich, net als de andere NAVO-landen, gecommitteerd aan een forse verhoging van de defensie-uitgaven. Hoe die gefinancierd worden, is nog steeds onduidelijk. Die beslissing is doorgeschoven naar volgend jaar.

Kritiek van alle kanten

De oppositie laat er geen misverstand over bestaan. “Healey moet deze begroting benutten om taaie beslissingen te nemen, maar in plaats daarvan schuift hij de problemen voor zich uit”, zegt Andrew Griffith van de Conservatieve Partij.

Ook van de linkerkant klinkt kritiek. Zowel progressieve als conservatieve partijen vinden dat de regering te weinig durft en te weinig investeert in de toekomst van het land.

Labour blijft bij zijn koers

De Labour-regering trekt zich vooralsnog weinig aan van de kritiek. De voorzichtige aanpak is een doelbewuste keuze, zo benadrukt Healey. De grotere hervormingen komen later. “We creëren nu wat ademruimte, met hoop voor de toekomst”, aldus de minister.

Wat gebeurt er nu?

De begroting van 2026 schetst een regering die wacht. Wacht op meer financiële ruimte, wacht op verkiezingen en wacht op een moment waarop de obligatiemarkten weer vertrouwen geven. Of die strategie loont, zal de komende jaren moeten blijken.

De volgende Lagerhuisverkiezingen staan gepland voor 2029. Tot die tijd houdt Labour vast aan kleine stappen en grote beloften voor later. De vraag is of de Britse kiezer daar genoeg aan heeft.

Redactie
Redactie
ThemaNieuws.nl brengt dagelijks actueel nieuws over uiteenlopende thema's, geschreven en samengesteld door de redactie.

Net binnen

Lees ook